Gebruiker:
Wachtwoord:
Log in
Afdrukken

800.00 Transacties tussen BV en DGA

Voorbeeld:
840.10 Lenen van de BV
mr I. Kunst-Kersting

Handelen alsof er sprake is van onafhankelijke derden
Een aandeelhouder kan om uiteenlopende redenen geld lenen van de vennootschap waarin hij aandeelhouder is. Hierbij is het voor de fiscale duiding van de lening van belang waarvoor de lening is aangegaan. Alvorens hierop in wordt gegaan, zal aandacht worden besteed aan de rente die terzake van de lening dient te worden betaald.

Indien de aandeelhouder leent van de vennootschap dienen de condities waaronder de lening wordt verstrekt te worden vastgesteld alsof wordt gehandeld met een onafhankelijke derde, er dient sprake te zijn van ‘at arm’s length’ handelen. Indien niet onder zakelijke condities wordt geleend, wordt het voordeel aangemerkt als een uitdeling aan de aandeelhouder. Er zijn dan twee mogelijkheden: de verstrekking van de hoofdsom is zakelijk, maar de rentecondities niet en de verstrekking van de hoofdsom zelf is onzakelijk. In het eerste geval wordt alleen de gemiste rente als een uitdeling van winst gezien. In het tweede geval wordt de verstrekking van de hoofdsom zelf als een winstuitdeling gezien. Ingeval de hoofdsom een reële lening is, geniet de aandeelhouder het rentevoordeel als winst uit aanmerkelijk belang, derhalve als box 2 inkomsten. De betaalde rente vormt voor hem wellicht aftrekbare rente in box 1 of box 2. Doorgaans zal echter sprake zijn van een schuld in box 3.

Voorbeeld
Een aandeelhouder leent € 100.000 van zijn vennootschap en betaalt geen rente; de marktrente in dit geval is 6%. Jaarlijks loopt de vennootschap € 6.000 aan rente mis; dit is onzakelijk. De aandeelhouder wordt geacht een dividend van € 6.000 te hebben genoten. De vennootschap boekt: Eigen vermogen € 6.000 Aan rente € 6.000


De vennootschap moet over de gemiste rente vennootschapbelasting betalen. Voor 2007 bedraagt het tarief maximaal 25.5%.

De vennootschap dient over het verkapte dividend voorts 25% dividendbelasting in te houden. Hiermee is in het gegeven voorbeeld geen rekening gehouden.

De aandeelhouder dient het verkapte dividend van € 6.000 voor de inkomstenbelasting aan te geven als inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2). Hierover is hij 25% inkomstenbelasting verschuldigd. De ingehouden dividendbelasting mag hij daarmee verrekenen zodat hij per saldo niets behoeft bij te betalen.

Met ingang van 2007 is het tarief van de dividendbelasting verlaagd naar 15%. Het inkomstenbelastingtarief in box 2 blijft echter 25% zodat de aandeelhouder vanaf 2007 10% inkomstenbelasting zal moeten bijbetalen.

Het is uiteraard ook mogelijk dat de aandeelhouder een hogere rente betaalt dan hij onder zakelijke voorwaarden verschuldigd zou zijn. In dit geval bevoordeelt hij de vennootschap. Voorzover de rente te hoog is, is de ontvangen rente voor de vennootschap geen winst, maar een informele kapitaalstorting. De aandeelhouder mag de verkrijgingsprijs van zijn aandelen met het bedrag van die storting verhogen.

De vraag of de verstrekking van de hoofdsom een reële lening is of een verkapt dividend is niet eenvoudig te beantwoorden. Diverse aspecten zijn weer van belang zoals:

Heeft de vennootschap overtollige liquide middelen en welke rente ontvangt zij op deze gelden?
Moet de vennootschap het geld eerst zelf lenen en welke rente wordt daarvoor betaald?
Heeft de vennootschap zekerheden gekregen?

De zakelijkheid van de lening moet worden beoordeeld naar het tijdstip waarop de lening wordt verstrekt.

Voor het antwoord op de vraag wat de fiscale gevolgen voor de aandeelhouder zijn van lenen van de vennootschap, is voorts van belang het antwoord op de vraag waarvoor de lening is aangewend.