Gebruiker:
Wachtwoord:
Log in
Afdrukken

600.00 Vermogensvorming

Voorbeeld: 620.20 Pensioen sparen in eigen beheer of bij een verzekeringsmaatschappij?
Wanneer een DGA op basis van voorgaande overwegingen besluit om voor de oude dag te gaan sparen onder het pensioenregime, komt vervolgens de vraag aan de orde of hij de pensioenregeling willen laten uitvoeren door een eigen BV of door een verzekeringsmaatschappij. Om deze keuze weloverwogen te kunnen maken, zullen de volgende aspecten met hem besproken moeten worden.

Liquiditeitspositie

In hoeverre is de DGA in staat premies te onttrekken aan zijn ondernemingsvermogen? Vooral voor startende DGA's kan gelden dat zij nog niet voldoende liquide middelen beschikbaar hebben om premies te betalen aan een verzekeringsmaatschappij. In dat geval ligt de keuze voor eigen beheer van het ouderdomspensioen voor de hand. Overigens is het dan wel aan te raden is om deze beslissing in heroverweging te nemen zodra de liqui-diteitspositie van de onderneming is verbeterd. Op dat moment zullen de navolgende aspecten ook aan de orde moeten komen.


Risico's

In hoeverre is de DGA bereid risico's te nemen?

Ondernemersrisico
Afhankelijk van de aard van de onderneming die de DGA drijft, kan de vraag of het ondernemersrisico waaraan de oudedagsvoorziening is onderworpen aanvaardbaar is, anders worden beantwoord. Een rol daarbij spelen:

is de onderneming conjunctuur-gevoelig,
kunnen zich in de onderneming omvangrijke aansprakelijkheidsrisico's voordoen,
zijn er voor de onderneming zorgelijke marktonwikkelingen gaande, etc.

Met name wanneer voldoende liquide middelen aanwezig zijn in de onder-neming kan het om dergelijke redenen aan te bevelen zijn om een pensioen dat in eigen beheer wordt gehouden, alsnog te verzekeren dan wel het pensioen direct bij een verzekeringsmaatschappij een pensioenverzekering af te sluiten.


arbeidsongeschiktheid- en vooroverlijdensrisico (kort-leven-risico)
Over het algemeen wordt het risico dat arbeidsongeschiktheid intreedt, extern verzekerd, omdat de BV er niet op kan anticiperen zodat er voldoende kapitaal gereserveerd is voor dit risico. Bij overlijden vóór de pensioendatum geldt voor het nabestaanden- en/of wezenpensioen hetzelfde, toch zijn deze risico's lang niet altijd ondergebracht bij een verzekeraar.

langleven-risico
Het lang-leven risico ziet op het pensioen in de uitkeringsfase. De omvang van het te bereiken doelkapitaal dat nodig is om de pensioenuitkeringen te kunnen aankopen is gebaseerd op de statistisch te bereiken eindleeftijd, waarna geen pensioen meer hoeft te worden uitgekeerd. Door fiscale beperkingen, zoals een fictieve rekenrente van niet minder dan 4% en het verbod van leeftijdsterugtelling op de sterftetabellen, is het doelvermogen in de BV dat nodig is tot het doen van uitkeringen tot aan de statistische einddatum, veelal te laag. Dit zal meestal inhouden dat er op enig moment geen middelen meer zijn om aan de pensioenverplichting te voldoen. Dit gevolg kan ook optreden wanneer de DGA een hogere dan de gemiddelde leeftijd bereikt. Dit lang-levenrisico kan worden afgewenteld op de verze-keraar wanneer het pensioen daar wordt ondergebracht.


Kosten

DGA's ervaren de kosten- en de winstopslag van een pensioenverzekering als hoog. Zij verwachten dergelijke hoge kosten in de eigen BV niet te hoeven maken. Overigens staan tegenover de kosten- en winstopslag van de verzekeringsmaatschappij wel de kosten van de accountant, belasting- of pensioenadviseur die de pensioenregeling moet blijven toetsen aan de wet- en regelgeving, de kosten voor het berekenen van de omvang van de do-taties en pensioenverplichting en eventueel het opstellen van de jaarrekening en het doen van aangifte en kosten van de kamer van koophandel wanneer het gaat om een aparte pensioen-BV.


Administratieve lasten

Bij een pensioen in eigen beheer zal de DGA zich jaarlijks bezig moeten houden met de administratieve lasten van een pensioenregeling. Zoals hiervoor al bleek, zal de pensioentoezegging jaarlijks onderhoud vergen (eventueel aanpassen van de pensioentoezegging aan wijzigende wet- en regelgeving, pensioenberekeningen, opstellen jaarrekening, aangifte vennoot-schapsbelasting). Voorts zal de DGA een beleggingsbeleid moeten uitvoeren. In de uitkeringsfase dient ook nog een loonbelastingadministratie te worden aangehouden omdat de BV inhoudingsplichtig is.

Wanneer het pensioen is ondergebracht bij een verzekeringsmaatschappij neemt deze alle administratieve lasten over.


Beleggingsbeleid

DGA's stellen het soms op prijs zelf te kunnen bepalen op welke wijze de voor pensioen bestemde gelden worden belegd en zij gaan ervan uit dat zij zelf betere beleggingsresultaten kunnen bereiken.

Volledige vrijheid over de beleggingen is mogelijk als het pensioen in eigen beheer wordt. Bij een verzekeraar speelt tegenwoordig de zorgplicht een steeds belangrijkere rol. Daardoor is het mogelijk dat voor pensioenverzekeringen sommige beleggingskeuzes niet mogelijk zijn. Bij een PW-pensioen ligt op grond van een wettelijke bepaling de verantwoordelijkheid van het beleggingsbeleid voor polissen met beleggingsvrijheid bij de pensioenverzekeraars. Deze bepalen dan wat een veilig beleggingsbeleid is. De verantwoordelijkheid kan onder strikte voorwaarden worden overgedragen. Onbekend is nog welke verzekeraars deze mogelijkheid gaan bieden.


Sterftewinst

DGA's beschouwen het als nadeel dat het bijeengebrachte pensioenkapitaal vrijvalt ten gunste van een verzekeraar wanneer zij komen te overlijden, terwijl er geen partner of kinderen onder de dertig jaar zijn. Dit bezwaar kan worden weggenomen door een contraverzekering te sluiten ten behoeve van de erfgenamen. Wanneer de erfgenamen de premie daarvoor zelf betalen, kan deze verzekering bij overlijden vrij van successierecht tot uitkering komen.

Een pensioen dat in eigen beheer wordt gehouden en dat vrijvalt door het overlijden van de pensioengerechtigde wordt belast met vennootschapsbelasting bij de BV. Voorts rust er nog een aanmerkelijk-belangclaim op de sterftewinst. In het verleden werd daarvoor een contraverzekering bij de eigen BV gesloten, meestal door de kinderen van de DGA. Tegenover de vrijval van het ouderdomspensioen ontstaat een verplichting om een uitke-ring te doen aan de kinderen, waardoor de BV geen winst boekt. Een contraverzekering bij de eigen BV voorkomt weliswaar de vennootschapsbelastingheffing, maar sinds 1 januari 2001 is daarvoor in de plaats een progres-sieve inkomstenbelastingheffing gekomen. Vanaf 2001 valt een door de kinderen gesloten contraverzekering onder de terbeschikkingstellings-regeling. Met andere woorden, in deze situatie zal de een vrijval van de sterftewinst bij de BV zal een vrijval in ieder geval tot belastingheffing leiden. Sinds 1 maart 2003 wordt voor het successierecht bovendien geen rekening gehouden met de last van de contraverzekering van de aandelen. De door de erfgenamen verschuldigde inkomstenbelasting kan op de belaste waardestijging in mindering worden gebracht.


Na-indexatie

Door de na-indexatie wordt de hoogte van de ingegane pensioenuitkeringen gekoppeld aan de ontwikkeling van de loonindex of de prijsindex. Is de na-indexatie bij de toekenning van het pensioen toegezegd, dan moet hiermee in de opbouwfase rekening worden gehouden. De lasten kunnen dan op de fiscale winst in mindering komen. Sommige pensioenadviseurs gebruiken dit als argument voor het onderbrengen van het pensioen bij een verzeke-ringsmaatschappij.


Opimalisering pensioentoezegging

Ten aanzien van een pensioen in eigen beheer zijn de mogelijkheden om het pensioen te optimaliseren beperkter dan wanneer het pensioen geheel verzekerd wordt. Deze verschillen komen tot uitdrukking in de volgende elementen:

In een pensioenregeling die geheel of gedeeltelijk in eigen beheer wordt gehouden dient minimaal de AOW waar een ongehuwde recht op heeft te worden ingebouwd (€ 17.323, 2007) In een pensioenregeling die geheel verzekerd is mag minimaal de AOW waar een gehuwde zelfstandig recht op heeft worden ingebouwd (€ 11.872, 2007);
Voor een DGA die geboren is vóór 1 januari 1950 en gebruikt maakt van het overgangsrecht VPL mag een pensioenregeling die geheel of gedeeltelijk in eigen beheer wordt gehouden een eventueel tijdelijk overbruggingspensioen maximaal € 11.474 bedragen, gebruteerd met de premies volksverzekeringen. In een pensioenregeling die geheel verzekerd is mag een eventueel tijdelijk overbruggingspensioen maximaal € 15.689 bedragen, gebruteerd met de premies volksverzekeringen;
In een pensioenregeling die geheel of gedeeltelijk in eigen beheer wordt gehouden mag de eigen bijdrage van de DGA niet meer bedragen dan 50% van de totale premie. In een pensioenregeling die geheel verzekerd is mag de totale premie in zijn geheel worden gefinancierd middels een eigen bijdrage (daardoor kan de pensioengrondslag worden opgehoogd);
Een pensioenregeling die geheel of gedeeltelijk in eigen beheer wordt gehouden mag alleen in een nabestaanden- en/of wezenpensioen voor-zien wanneer er ook een potentiële nabestaande of wees is. Een pensioenregeling die geheel verzekerd is mag altijd voorzien in een nabestaanden- en/of wezenpensioen (bij ontstentenis van nabestaanden op de pensioeningangsdatum kan het nabestaandenpensioen worden uitgeruild voor een hoger ouderdomspensioen).