500.00 Partner en kinderen
Voorbeeld:
515.00 De DGA en het huwelijksvermogensrecht
Algehele gemeenschap van goederen
Het aangaan van een huwelijk heeft gevolgen voor de vermogensrechtelijke posities van de echtgenoten. De wet verbindt aan het aangaan van een huwelijk het gevolg dat vanaf het ogenblik van de huwelijkssluiting er tussen
de echtgenoten van rechtswege een algehele gemeenschap van goederen bestaat, voorzover daarvan bij huwelijkse voorwaarden niet is afgeweken.
Maakt men voor het aangaan van het huwelijk geen huwelijkse voorwaarden dan ontstaat er van rechtswege een algehele gemeenschap van goederen.
De activa van de gemeenschap
Aan de actiefzijde omvat de gemeenschap in principe alle bij het aangaan van het huwelijk aanwezige goederen van de beide echtgenoten, alsook alle goederen die een echtgenoot na het aangaan van het huwelijk verkrijgt. De wet spreekt over ‘alle tegenwoordige en toekomstige goederen’.
Het betreft hier dus alle goederen die maar denkbaar zijn. Te noemen zijn de inkomsten uit arbeid, hetgeen wordt verkregen krachtens erfrecht of gift, onroerende zaken zoals de echtelijke woning, de inboedel, de spaargelden,
de effectenportefeuille, etc. De DGA moet erop attent zijn dat ook zijn aandelen in de BV of NV waarin hij zijn onderneming uitoefent, deel uitmaken van de algehele gemeenschap van goederen. De rechten uit aandeelhouders-overeenkomsten vallen ook in de gemeenschap, evenals het door hem in privé met uitgekeerde winsten gekocht bedrijfspand, de beleggingspanden en de fraaie villa met swimmingpool in het zonnige Toscana.
De gemeenschap van goederen ontstaat van rechtswege door het aangaan van het huwelijk. De vermogensverschuiving die hierbij kan optreden omdat de vermogens van de aanstaande echtgenoten bij het aangaan van het huwelijk niet gelijk van omvang zijn, wordt niet beschouwd als een schenking
omdat de vermogensoverheveling het resultaat is van een door de wet aan het huwelijk verbonden rechtsgevolg.
De van de gemeenschap uitgezonderde activa
De wet erkent een aantal uitzonderingen op de regel dat de algehele gemeenschap van goederen alle tegenwoordige en toekomstige goederen van de beide echtgenoten omvat.
De volgende goederen worden van de algehele gemeenschap uitgezonderd:
a de goederen verkregen met de privatieve clausule;
b de verknochte goederen;
c de pensioenrechten.
ad A. De goederen verkregen met de privatieve clausule
Zoals hiervoor aangegeven omvat de algehele gemeenschap van goederen ook de goederen die een echtgenoot krachtens erfrecht of gift heeft verkregen.
Indien het huwelijk van de echtgenoten duurzaam in stand blijft en wordt ontbonden door het overlijden, bestaat hier geen bezwaar tegen. Men zal anders oordelen indien een echtgenoot van zijn ouders goederen door een gift of krachtens erfrecht heeft verkregen en het huwelijk vervolgens op de klippen loopt. Alsdan zal het niet de bedoeling van de schenker of de erflater zijn geweest dat de bevoordeelde echtgenoot - bijv. zijn zoon of
dochter - het krachtens gift of erfrecht verkregen goed moet delen met de ex-schoonzoon of ex-schoondochter. Om deze consequentie van de algehele gemeenschap van goederen te voorkomen, bepaalt de wet uitdrukkelijk dat een schenker of erflater de bevoegdheid heeft om bij de gift of testamentaire making uitdrukkelijk te bepalen dat het geschonkene, respectievelijk het vermaakte goed, dan wel het verkregen erfdeel niet valt in de gemeenschap
van goederen waarin de betrokkene is gehuwd of in de toekomst ooit mocht huwen. Door deze wettelijke bepaling verkrijgt een schenker of erflater de mogelijkheid om de bevoordeelde te beschermen tegen echtscheiding.
Daarnaast geeft deze bepaling de mogelijkheid om goederen binnen de eigen familie te houden.
In de notariële praktijk wordt er nauwelijks nog een schenkingsakte of testament verleden waarin de zogenaamde privatieve clausule niet is opgenomen.
ad B. De verknochte goederen
Door de wet worden ook van de algehele gemeenschap van goederen uitgezonderd de goederen die aan een van de echtgenoten op enigerlei bijzondere wijze verknocht zijn. De regel dat iets verknocht is wordt met de nodige
zuinigheid door de rechtspraak gehanteerd. Er wordt slechts mondjesmaat aangenomen dat een goed echt verknocht is aan een echtgenoot. Zo zullen de aan een echtgenoot toebehorende golfclubs niet als verknochte goederen
worden aangemerkt en evenmin zijn grote collectie van moderne meesters,welke een grote waarde vertegenwoordigt. Hetzelfde geldt voor goodwill.
Ook goodwill valt gewoon in de gemeenschap. De verknochtheid wordt ook niet aangenomen voor de aandelen van de DGA in zijn persoonlijke vennootschap.
Die aandelen vallen eveneens in de algehele gemeenschap van
goederen waarin de DGA is gehuwd. Wel heeft hij gedurende het bestaan van de algehele gemeenschap van goederen het bestuur over die aandelen en oefent hij derhalve ook het stemrecht op die aandelen uit.
In de wet werden de verknochte goederen voorheen aangeduid als hoogstpersoonlijke goederen. Zo valt het aandeel in een maatschap of vennootschap onder firma in het algemeen buiten de algehele gemeenschap van goederen op grond van de verknochtheidsregel. Anderzijds worden de gevolgen van de verknochtheid ook in dit geval zeer beperkt, omdat men aanneemt dat in geval van ontbinding van de gemeenschap de waarde van het maatschapsaandeel of firma-aandeel in de verdeling moet worden betrokken.
ad C. De pensioenrechten
De wet zondert ook de pensioenrechten van een echtgenoot uit van de algehele gemeenschap van goederen. In geval van ontbinding van het huwelijk door echtscheiding dienen deze pensioenrechten wel te worden verrekend met de andere echtgenoot op grond van de Wet verevening pensioenrechten
bij scheiding. Deze verevening heeft betrekking op het in het huwelijk door een van de echtgenoten of door beide echtgenoten opgebouwde ouderdomspensioen en het zogenaamde nabestaandenpensioen. Deze pensioenverevening geldt ook voor de pensioenrechten die de DGA heeft opgebouwd
bij zijn eigen BVof NV.
![]()



