200.00 De fiscale aspecten van de BV
Voorbeeld: 230.10
230.10 De fiscale voor- en nadelen van een holdingstructuurdrs A.M.M. ThomassenVerkoop van een onderneming vanuit een enkelvoudige BV-structuur
De enkelvoudige BV-structuur (er is slechts een BV met een of meerdere natuurlijke personen als aandeelhouder) is voor een onderneming, met name bij de verkoop fiscaal nadelig. Bij de verkoop kan overwogen worden om of een zogenaamde activa/passiva transactie of een aandelentransactie uit te voeren.
De activa/passiva-transactie:
Bij een activa/passiva transactie wordt in feite de onderneming uit de BV verkocht. De verkoper houdt na de verkoop alleen een BV over waarin li-quide middelen zitten. Onderstaand volgen eerst een fiscale en commerciële balans en daarna de balansen nadat er een activa/passiva transactie heeft plaatsgevonden.
Commerciële balans per 31-12:
Gebouwen 500.000 Aandelenkapitaal 40.000 Debiteuren 50.000 Winstreserve 740.000 Goodwill 250.000 Crediteuren 60.000 Bank 40.000 Totaal 840.000 Totaal 840.000 Fiscale balans per 31-12
Gebouwen 250.000 Aandelenkapitaal 40.000 Debiteuren 50.000 Winstreserve 240.000 Goodwill 0 Crediteuren 60.000 Bank 40.000 Totaal 340.000 Totaal 340.000 De aandeelhouder van deze onderneming is vijf jaar geleden vanuit zijn zolderkamer begonnen. De investeringen waren in die tijd marginaal. Door hard werken heeft hij van zijn onderneming gemaakt wat zij thans is. De goodwill is door hem zelf opgebouwd. Het bedrijfsgebouw is vier jaar geleden aangeschaft voor € 300.000 en heeft nu een fiscale boekwaarde van € 250.000. De werkelijke waarde bedraagt € 500.000 (hetgeen blijkt uit de commerciële balans).
De verkoopprijs zou € 740.000 bedragen als deze aandeelhouder zijn onder-neming zou overdragen door middel van een zogenaamde activa/passiva transactie, waarbij hij zijn banksaldo van € 40.000 niet mee overdraagt. Daarbij realiseert hij binnen de BV een winst van € 500.000 die direct belast zal worden met 30% vennootschapsbelasting. De balans na verkoop van de activa/passiva zal er dan als volgt uitzien:
Commerciële en fiscale balans na verkoop activa/passiva:
Liquide middelen 780.000 Aandelenkapitaal 40.000 Winstreserve 590.000 Te betalen Vpb 150.000 Totaal 780.000 Totaal 780.000 Na betaling van de vennootschapsbelasting ziet de balans er als volgt uit:
Liquide middelen 630.000 Aandelenkapitaal 40.000 Winstreserve 590.000 Totaal 630.000 Totaal 630.000 Wanneeer de aandeelhouder in privé over zijn winstreserves van € 590.000 wenst te beschikken, zal er een dividenduitkering moeten plaatsvinden. Dit betekent dat er in dat geval 25% dividendbelasting zal worden geheven. Netto resteert er dan voor de aandeelhouder een bedrag van € 442.500. Hetgeen resteert is een BV waarin € 40.000 liquide middelen en € 40.000 aandelenkapitaal aanwezig is. De aandelen van een dergelijke ‘lege’ BV kun-nen zonder fiscale gevolgen worden verkocht. In de praktijk brengt een dergelijke BV tussen de € 2.000 en € 5.000 op. Als verkoop niet tot de mogelijkheden behoort, kan de aandeelhouder overwegen om de BV te liquideren.
De aandelentransactie
Een aandeelhouder die 5% of meer van de aandelen van een BV of NV in zijn bezit heeft, wordt aangemerkt als aanmerkelijk belanghouder. Dit betekent dat alle voordelen die voortvloeien uit dit aandelenbezit belast worden met 25% inkomstenbelasting. De verkoop van dergelijke aandelen impliceert dat er belasting geheven gaat worden over de vervreemdingsprijs minus de verkrijgingsprijs van de aandelen. In het voorafgaande voorbeeld zou dit betekenen dat de aandeelhouder 25% inkomstenbelasting moet betalen over (€ 740.000 -/- € 40.000) = € 175.000. De verkoop van de aandelen van deze BV geschiedt tegen een verkoopprijs van € 740.000 waarna de aandeelhouder in privé netto een bedrag van € 565.000 overhoudt.
De voordelen van een holdingstructuur
Of er nu sprake is van een activa/passiva-transactie dan wel van een aandelentransactie, directe belastingheffing kan bij een enkelvoudige BV-struc-tuur niet worden voorkomen. Het uitstellen van belastingheffing is wel mogelijk indien deze aandeelhouder gebruik zou maken van een holdingstructuur en zou besluiten om de aandelen van de dochter-BV te verkopen.
In het geval van een holdingstructuur is het namelijk mogelijk om de inkomstenbelasting die geheven wordt over de verkoopwinst van tot aanmerkelijk belang behorende aandelen zo lang mogelijk uit te stellen. Immers, als de holding de aandelen van de werkmaatschappij gaat verkopen, wordt de winst die daarbij gerealiseerd wordt niet belast op grond van de zogenaamde deelnemingsvrijstelling. Uitgaande van een natuurlijk persoon die 100% aandeelhouder is van een holdingmaatschappij die op haar beurt 100% aandeelhouder is van een andere BV (de dochtermaatschappij), verloopt een en ander als volgt.
De holdingmaatschappij heeft de navolgende balans:
Deelneming dochter € 40.000 Aandelenkapitaal € 40.000 De dochtermaatschappij heeft de navolgende balans:
Activa € 500.000 Aandelenkapitaal € 40.000 Liquide middelen € 40.000 Winstreserves € 500.000 De holding verkoopt de aandelen van haar dochtermaatschappij voor 540.000. Na verkoop van deze deelneming ziet de balans van de holding er als volgt uit:
Liquide middelen € 540.000 Aandelenkapitaal € 40.000 Winstreserve € 500.000 Zolang de aandelen van de holdingmaatschappij niet verkocht worden, kan de aandeelhouder niet geconfronteerd worden met die aanmerkelijk belangheffing. In de regel zal de holdingmaatschappij in de toekomst, na verkoop van de aandelen in de dochtermaatschappij, fungeren als een soort spaarpot voor de oude dag.
Opgemerkt dient te worden dat als van de dochtermaatschappij de activa/passiva verkocht worden, de belastingheffing op dezelfde manier verloopt als beschreven onder ‘de activa/passiva-transactie’. Een holdingstructuur biedt derhalve alleen dan fiscale voordelen als de verkoop van een onderneming gepaard gaat door middel van een aandelentransactie.
Een holdingmaatschappij wordt ook vaak opgericht om bepaalde zaken uit de risicosfeer van de dagelijkse bedrijfsvoering te brengen. Indien in een BV zowel de onderneming, de onroerende zaken en de pensioenvoorziening van de aandeelhouder zijn ondergebracht, zal er bij een faillissement voor de aandeelhouder in de regel weinig overblijven. De holdingmaatschappij biedt dan uitkomst om bepaalde zaken uit de risicosfeer van de onderneming te halen. Het komt dan ook regelmatig voor dat in de holdingmaat-schappij zowel de onroerende zaken als de pensioenverplichting van de aandeelhouder worden afgezonderd. Daarnaast wordt ook wel geopteerd voor een afzonderlijke pensioen-BV en een afzonderlijke onroerende zaak-BV.
Een ander belangrijk argument om de onroerende zaak in een afzonderlijke BV onder te brengen is een mogelijke toekomstige overdracht aan een bedrijfsopvolger. Zou het pand vanuit een BV worden verkocht, dan zal er in de regel vennootschapsbelasting moeten worden betaald over de boekwinst. Door de aandelen van de onroerende zaak-BV te verkopen, valt de winst onder de deelnemingsvrijstelling. Een zogenaamde drietraps-raket is der-halve aan te bevelen:
Deze structuur biedt de mogelijkheid om de Werk-BV over te dragen aan de koper zonder belastingheffing (omdat de deelnemingsvrijstelling van toepassing is) en de
onroerende zaak vanuit de BV te gaan verhuren. Op termijn kan de huurder ook de Onroerende zaak-BV kopen waarbij de Holding-BV wederom ge-bruik kan maken van de deelnemingsvrijstelling.
Holdingstructuur bij meerdere aandeelhouders
Bij meerdere aandeelhouders die met een zogenaamde persoonlijke holding deelnemen in een BV is het zinvol om een zogenaamde tussenholding te creëren. Deze structuur wordt gekozen om het vormen van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting mogelijk te maken. Het vormen van een fiscale eenheid heeft als grootste voordeel dat winsten van de ene BV gecompenseerd kunnen worden met verliezen van de andere BV binnen de fiscale eenheid. Omdat een fiscale eenheid alleen tot stand kan worden gebracht als een BV in het bezit is van alle aandelen in een andere BV, wordt veelvuldig voor de navolgende structuur gekozen:





