|
Beroering over testamenten terecht?
Mr. Iris Kunst-Kersting
Notarissen hebben de afgelopen weken overuren gemaakt nadat door een televisie-uitzending beroering is ontstaan over testamenten. In deze bijdrage ga ik daar op in, aan de hand van een voorbeeld waarbij de aandelen van een getrouwde DGA met twee kinderen vererven.
Wettelijk erfrecht
Als een overledene geen testament heeft, verkrijgen de echtgenote en kinderen ieder een derde deel van zijn nalatenschap. De omvang van de nalatenschap wordt mede bepaald door het huwelijksgoederenregime. Als de overledene was gehuwd in gemeenschap van goederen, bestaat de nalatenschap uit de helft van de goederen van de erflater en zijn echtgenote. De langstlevende echtgenote verkrijgt alle goederen en de kinderen krijgen een vordering op de langstlevende echtgenote. Over deze vordering wordt volgens de wet een rente berekend aan de hand van een percentage dat overeenkomt met de wettelijke rente, voor zover dit percentage hoger is dan zes. Op dit moment is deze rente dan ook nul.
Stel: een in gemeenschap van goederen getrouwde DGA (twee kinderen) houdt de aandelen in een stamrecht-BV (waarde € 300.000), heeft een eigen woning (waard € 500.000); op deze woning rust een schuld van € 240.000 en in privé is er € 10.000 aan liquide middelen. De huwelijksgoederengemeenschap heeft dan een waarde van € 600.000, de nalatenschap is € 300.000 waard. De langstlevende echtgenote verkrijgt alle goederen en krijgt een schuld aan beide kinderen van € 200.000.
De langstlevende ouder heeft een vrijstelling van € 600.000 en is derhalve geen erfbelasting verschuldigd. Over de verkrijging van de kinderen wordt wel erfbelasting geheven.
Ter bepaling van de omvang daarvan dient de vordering van de kinderen te worden gewaardeerd. Door de lage rente die zij over de vordering zullen ontvangen (thans nul procent) wordt de vordering afgewaardeerd. De hoogte van de afwaardering is afhankelijk van de leeftijd van de langstlevende ouder. Als deze ouder 60 jaar is, wordt de totale vordering van de kinderen afgewaardeerd naar € 40.000. Omdat de kinderen ieder een vrijstelling van € 19.000 hebben, is elk kind € 2.100 aan erfbelasting verschuldigd over de verkrijging. Aangezien de kinderen niets verkrijgen, bepaalt de wet dat de langstlevende ouder deze belasting moet voorschieten.
Het beeld dat in de televisie-uitzending werd geschetst is niet compleet, aangezien er geen rekening is gehouden met de afwaardering van de vordering in verband met renteloosheid. De verschuldigde erfbelasting is dan hoger dan de liquide middelen die de erflater in privé nalaat. In het gegeven voorbeeld moet wel belasting betaald worden, maar dit bedrag is relatief gering (1,4% van de nalatenschap).
Als de langstlevende ouder vervolgens het gehele vermogen nodig heeft om in haar levensonderhoud te voorzien, krijgen de kinderen nooit het erfdeel van hun vader in handen, terwijl over dit erfdeel wel erfbelasting is betaald.
Tweetrapsmaking
De aangedragen oplossing zit in het opstellen van een testament met een zogenaamde tweetrapsmaking. Wat houdt dit in? De langstlevende ouder wordt de enige erfgenaam van de overleden echtgenoot. De kinderen worden zogenaamde verwachters. Als de langstlevende ouder komt te overlijden verkrijgen de kinderen twee verschillende erfenissen, alsnog één van hun vader en één van hun moeder. Voor wat betreft het deel dat ze van hun vader verkrijgen gaat het uiteraard om hetgeen daarvan over is. Heeft moeder na het overlijden van vader al het vermogen opgemaakt, dan verkrijgen de kinderen niets, maar is er ook geen belasting verschuldigd.
In het voorbeeld is het m.i. niet nodig een testament met een tweetrapsmaking op te stellen, tenzij men in het geheel niets wenst te betalen bij het eerste overlijden. De nalatenschap wordt wel veel ingewikkelder.
Alsnog rente overeenkomen
De erfgenamen kunnen binnen acht maanden na overlijden bepalen dat over de vordering van de kinderen rente wordt berekend. Als er een rente van 6% wordt overeengekomen heeft dit als voordeel dat bij het overlijden van de langstlevende ouder minder erfbelasting wordt geheven. Door de rente wordt de vordering niet meer afgewaardeerd, maar voor de nominale waarde in de successieheffing betrokken. Dan zal per kind € 8.100 aan erfbelasting worden geheven. Daarvoor zijn niet voldoende liquide middelen aanwezig maar vermoedelijk kunnen deze wel aan de stamrecht- BV worden onttrokken. Waarschijnlijk is immers een deel van de stamrechtverplichting vrijgevallen ten gevolge van het overlijden. |