Vraag 2: de uittredende aandeelhouder wil zijn aandelen verkopen
Een bv heeft 3 aandeelhouders. Een van de aandeelhouders wil uittreden. Hij bezit 24% van de aandelen. In de statuten staat dat hij de aandelen eerst moet aanbieden aan de mede-aandeelhouders en daarna kan aanbieden aan derden. Niemand wil de aandelen hebben. Bestaat er dan een wettelijke regeling dat de medeaandeelhouders of de bv de aandelen moeten kopen?
Antwoord redactie
De statuten van een BV moeten een regeling bevatten voor de overdracht van de aandelen. Deze regeling kan voor de medeaandeelhouders of de BV zelf geen verplichting meebrengen om de aandelen te kopen van een aandeelhouder die van zijn aandelen af wil. Als een aandeelhouder op grond van de statuten zijn aandelen aanbiedt aan zijn medeaandeelhouders en deze de aandelen niet willen hebben, is hij daarna vrij om ze te verkopen aan elke willekeurige gegadigde (tenzij in de statuten kwaliteitseisen voor het aandeelhouderschap zijn gesteld – denk daarbij aan praktijk-BV’s zoals van artsen en notarissen). Die gegadigde kan ook de BV zelf zijn. Als de BV de aandelen koopt, is er sprake van een inkoop van eigen aandelen. Deze moet voldoen aan de daaraan in de wet en de statuten gestelde eisen. Deze betreffen het maximaal in te kopen aantal eigen aandelen (niet meer dan 50% van het geplaatste kapitaal), de bescherming van het eigen vermogen (het vermogen mag door de inkoop niet dalen beneden het gestorte kapitaal vermeerderd met de verplichte wettelijke en statutaire reserves) en het orgaan van de vennootschap dat bevoegd is om het besluit tot inkoop te nemen (meestal is dit de algemene vergadering van aandeelhouders).
Een aandeelhouder kan zijn medeaandeelhouders slechts dwingen om zijn aandelen te kopen door een beroep te doen op de geschillenregeling. Dit is een in de wet opgenomen regeling op grond waarvan een aandeelhouder voor de rechter kan eisen dat zijn aandelen worden overgenomen door zijn medeaandeelhouders. Vereist daarvoor is dat de aandeelhouder door gedragingen van een of meer van zijn medeaandeelhouders zodanig in zijn belangen is geschaad dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer van hem kan worden gevergd. Wordt de vordering toegewezen, dan wordt de prijs van deaandelen door de rechter bepaald.
Waarschijnlijk betreft uw vraag echter een geschil over de prijs. De geschillenregeling is dan niet van toepassing. Het probleem zal waarschijnlijk zijn dat degene die zijn aandelen wil verkopen, daarvoor een prijs willen hebben die de overige aandeelhouders niet bereid zijn te betalen. Een oplossing zou dan kunnen zijn om de prijs te laten bepalen door een of meer onafhankelijke personen, bijvoorbeeld twee accountants, van wie elke partij er een aanwijst.
Antwoord redactie
De statuten van een BV moeten een regeling bevatten voor de overdracht van de aandelen. Deze regeling kan voor de medeaandeelhouders of de BV zelf geen verplichting meebrengen om de aandelen te kopen van een aandeelhouder die van zijn aandelen af wil. Als een aandeelhouder op grond van de statuten zijn aandelen aanbiedt aan zijn medeaandeelhouders en deze de aandelen niet willen hebben, is hij daarna vrij om ze te verkopen aan elke willekeurige gegadigde (tenzij in de statuten kwaliteitseisen voor het aandeelhouderschap zijn gesteld – denk daarbij aan praktijk-BV’s zoals van artsen en notarissen). Die gegadigde kan ook de BV zelf zijn. Als de BV de aandelen koopt, is er sprake van een inkoop van eigen aandelen. Deze moet voldoen aan de daaraan in de wet en de statuten gestelde eisen. Deze betreffen het maximaal in te kopen aantal eigen aandelen (niet meer dan 50% van het geplaatste kapitaal), de bescherming van het eigen vermogen (het vermogen mag door de inkoop niet dalen beneden het gestorte kapitaal vermeerderd met de verplichte wettelijke en statutaire reserves) en het orgaan van de vennootschap dat bevoegd is om het besluit tot inkoop te nemen (meestal is dit de algemene vergadering van aandeelhouders).
Een aandeelhouder kan zijn medeaandeelhouders slechts dwingen om zijn aandelen te kopen door een beroep te doen op de geschillenregeling. Dit is een in de wet opgenomen regeling op grond waarvan een aandeelhouder voor de rechter kan eisen dat zijn aandelen worden overgenomen door zijn medeaandeelhouders. Vereist daarvoor is dat de aandeelhouder door gedragingen van een of meer van zijn medeaandeelhouders zodanig in zijn belangen is geschaad dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer van hem kan worden gevergd. Wordt de vordering toegewezen, dan wordt de prijs van deaandelen door de rechter bepaald.
Waarschijnlijk betreft uw vraag echter een geschil over de prijs. De geschillenregeling is dan niet van toepassing. Het probleem zal waarschijnlijk zijn dat degene die zijn aandelen wil verkopen, daarvoor een prijs willen hebben die de overige aandeelhouders niet bereid zijn te betalen. Een oplossing zou dan kunnen zijn om de prijs te laten bepalen door een of meer onafhankelijke personen, bijvoorbeeld twee accountants, van wie elke partij er een aanwijst.



