Mei 2009 - De bedrijfsopvolgingsfaciliteit, verbeteringen in aantocht!
De bedrijfsopvolgingsfaciliteit, verbeteringen in aantocht!
Mr. I. Kunst-Kersting
In de loop van de jaren heeft de wetgever een groot aantal maatregelen getroffen die de bedrijfsopvolging in het MKB aanzienlijk vergemakkelijken. Eigenlijk kan geconstateerd worden dat voor ondernemers die hun onderneming drijven in de vorm van een eenmanszaak, maatschap of VOF, de bedrijfsoverdracht in familiekring nagenoeg zonder fiscale afrekening kan plaatsvinden.
Schenking ab-aandelen
Voor de DGA die bij zijn leven zijn aandelen wil schenken aan bijvoorbeeld zijn kinderen, bestaat echter tot op heden een belangrijk obstakel. Zowel de schenking als het nalaten van aandelen wordt voor de aanmerkelijkbelangheffing als een vervreemding aangemerkt. Voor de overgang krachtens erfrecht wordt de overdracht vervolgens, onder voorwaarden, niet belast. De verkrijgingsprijs van de erflater wordt dan de verkrijgingsprijs voor de verkrijger.
De heer Peters komt te overlijden. Tot zijn nalatenschap behoren 100 aandelen in Peters BV. Deze aandelen heeft hij voor € 25.000 verkregen en de huidige waarde is € 200.000. De aandelen worden verkregen door de zoon van de heer Peters die reeds enige jaren directeur van de vennootschap is. Op grond van de faciliteiten in de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt de heer Peters sr. niet belast voor de vervreemding van de aandelen. De verkrijgingsprijs voor de zoon beloopt € 25.000. Als hij de aandelen na tien jaar verkoopt voor bijvoorbeeld € 150.000, dan dient hij inkomstenbelasting af te dragen over € 125.000.
In geval van schenking van aandelen wordt bij de huidige wetgeving wel inkomstenbelasting geheven. Winst uit aanmerkelijk belang is het verschil tussen de verkrijgingsprijs en de vervreemdingsprijs. Bij een schenking is de vervreemdingsprijs lager dan de marktwaarde. In de aanmerkelijkbelangregeling is thans een bepaling opgenomen op grond waarvan de vervreemdingsprijs bij een schenking fictief op de waarde in het economisch verkeer wordt gesteld.
De heer Mets wil de aandelen in een BV schenken aan zijn dochter. De huidige waarde van de aandelen is € 200.000, de verkrijgingsprijs is € 25.000. Op grond van de huidige regeling dient de heer Mets € 43.750 aan inkom-stenbelasting te betalen terwijl hij niets voor zijn aandelen heeft ontvangen. Als de dochter de aandelen na 10 jaar verkoopt voor € 150.000, kan zij de belasting over € 50.000 terugvragen.
Bij familiebedrijven wordt dit verschil in behandeling van de vererving en de schenking van aandelen als een belemmering ervaren. Weliswaar bestaat er thans een faciliteit voor uitstel van betaling over maximaal tien jaar, maar deze regeling is rentedragend. Doorgaans zullen dan toch middelen aan de vennootschap onttrokken moeten worden om de belasting over de schenking te kunnen betalen.
Doorschuiffaciliteit
Daarom wordt er al jaren voor gepleit dat ook bij schenking van aandelen de mogelijkheid tot doorschuiven van de verkrijgingsprijs wordt geschapen, waardoor heffing bij de schenker achterwege blijft. De schenking van aanmerkelijkbelangaandelen wordt in het successierecht wel al sinds jaren gefacilieerd; in de inkomstenbelasting dus niet. Tot op heden leek het Ministerie van Financiën niet genegen iets voor de schenkende DGA te doen.
Op 6 mei 2009 heeft de staatssecretaris van Financiën maatregelen gepresenteerd om de positie van de DGA te verbeteren (zie pagina 1). Dit is één van de aangekondigde maatregelen waardoor ook de schenker vanaf 2010 de verkrijgingsprijs van de aandelen kan doorschuiven aan de begiftigde.
Financiering
De maatregel wordt deels gefinancierd doordat zowel bij schenking van aandelen als vererving van aandelen de faciliteit slechts zal gelden voor zover er sprake is van een materiële onderneming. Dit criterium kennen we van de faciliteit uit de Successiewet. Ook daarbij geldt de faciliteit voor schenking en vererving van aandelen slechts indien een materiële onderneming wordt gedreven. Hierbij geldt ook dat overtollige liquide middelen niet gefacilieerd worden: indien en voor zover de niet aan de ondernemingsactiviteiten dienstbare activa meer dan 15% belopen, wordt de faciliteit niet toegepast. Aangenomen mag worden dat dit ook zal gelden voor de voorgestelde doorschuiffaciliteit. Ten opzichte van de huidige wetgeving is dit een nadeel. Bij de aangekondigde maatregelen staat echter voorop dat de winstgenietende ondernemer fiscaal op dezelfde wijze wordt behandeld als de DGA. Met de aangekondigde wetgeving is die relatie meer aanwezig. Ook bij een zelfstandige ondernemer geldt de doorschuiffaciliteit immers niet voor overtollige liquide middelen; deze behoren verplicht tot het privévermogen

