Gebruiker:
Wachtwoord:
Log in

Februari 2009 - Pensioen en kredietcrisis

R. Goedhart

Het zal je maar gebeuren: je hebt een individuele pensioenregeling, jarenlang is je pensioengeld belegd in aandelen en vlak voor je met pensioen gaat kelderen de koersen door de kredietcrisis. Je zou het liefst even wachten met omzetten van dat kapitaal(tje) in pensioenuitkeringen. Maar helaas, dat mag niet, zegt de verzekeringsmaatschappij. Verplicht verlies inkopen? Ja, feitelijk wel. Dat vraagt om maatregelen vond Prof. Dr. Herman Kapelle, hoogleraar pensioenrecht.

Soorten pensioenregelingen

Hoe werkt het? Als een bedrijf pensioen regelt voor zijn werknemers moet het daarvoor een contract sluiten met een pensioenfonds of een verzekeringsmaatschappij. Vervolgens bestaat doorgaans de keuze tussen twee soorten regelingen. Enerzijds regelingen waarbij voor de werknemer pensioenuitkeringen worden verzekerd; anderzijds regelingen waarbij de werkgever een premie beschikbaar stelt. Met die premie bouwt de verzekeraar voor de werknemer een pensioenkapitaal op.Zeker aan het eind van de vorige eeuw was het niet echt handig om dat ka-pitaal maar gewoon via spaarrente te laten groeien. Je was dief van eigen portemonnee als je het niet in aandelen deed. Totdat begin deze eeuw de aandelenkoersen onder druk kwamen te staan. Verkopen was dan ook niet handig, want wellicht zouden de koersen zich toch nog herstellen. Maar nu is de pensioenpot nog minder waard…

 

Omzetting

Pensioen, 'gespaard' bij een verzekeraar of pensioenfonds, moet vanaf de pensioendatum verplicht in ouderdomspensioenuitkeringen worden om-gezet; periodieke uitkeringen, meestal per maand te ontvangen. Waarschijnlijk zou de werknemer die deze actie nu moet ondernemen, willen dat hij maar een deel van het pensioenkapitaal zou hoeven te gebruiken voor pensioenuitkeringen, bijvoorbeeld voor maximaal vijf of tien jaar. Het andere deel van het kapitaal zou dan tot dat moment weer belegd kunnen worden, waardoor het misschien nog wat kan aangroeien. Maar dat mag niet volgens de wet. Ouderdomspensioen moet vanaf de ingang van de pensioendatum levenslang en in gelijkmatige bedragen ontvangen worden. Met 'gelijkmatig' wordt niet per se bedoeld dat het bedrag niet mag stijgen. Als pensioenen jaarlijks een stukje worden aangepast – voor inflatie bijvoorbeeld – dan is ook dat nog 'gelijkmatig'. Wat ook mag is dat de gepensioneerde in het begin een tijdje een hogere uitkering ontvangt dan later, mits die latere uitkering maar niet lager is dan 75% van de aanvankelijke uikering.

De werknemer die nu voor vijf of tien jaar pensioenuitkeringen zou financieren uit een deel van zijn pensioenkapitaal en na die periode de rest van het kapitaal in uitkeringen laat omzetten, weet niet hoeveel dat opzij gezette geld dan waard is. Hij weet dus ook niet of de uitkeringen vanaf dat moment misschien wel onder de 75% van de oorspronkelijke uitkeringen uit zouden kunnen komen. Daarom staat de fiscus het niet toe.

Zou een pensioenverzekeraar hier toch aan meewerken, dan ligt formeel de penalty bij de werknemer. Maar de verzekeraar krijgt de rekening. De fiscus zal direct belasting heffen over de waarde van het gehele pensioenkapitaal. Geen werknemer die dat zou willen, want dan betaalt hij belasting over geld dat hij nog niet eens ontvangen heeft.

Tijdelijke uitkering

Om het leed te verzachten van de werknemers die nu hun pensioenkapitaal moeten verkopen voor omzetting in pensioenuitkeringen, heeft Kapelle het voostel gedaan zoals hiervoor is uitgelegd: toch slechts een deel van het kapitaal gebruiken voor een tijdelijke uitkering om later te zien wat het dan opzij gezette geld nog opbrengt. Stef Blok van de VVD heeft inmiddels aan minister Donner gevraagd of dat kan. Bij het ter perse gaan van deze DGA Fiscaal was het antwoord nog niet bekend.

Let wel! De verplichte omzetting in een levenslange pensioenuitkering bij een verzekeraar geldt niet per se voor de DGA.

De DGA die ervoor gekozen heeft om pensioenkapitaal bij een verzekeraar op te bouwen, kan in de uitkeringsfase de eigen (pensioen-)BV vragen om voor de uitkeringen te zorgen. De vennootschap zegt dan weliswaar een le-venslang pensioen toe, maar vervolgens is er geen verplichting dat deze vennootschap dat ook als zodanig moet verzekeren. Als de BV op enig moment geen geld meer heeft voor de uitkeringen en de DGA daardoor geen pensioenuitkeringen meer krijgt, dan heet dat volgens de wet dat deze 'niet voor verwezenlijking vatbaar' zijn en volgen er geen fiscale sancties.

Lijfrenten

De overheid heeft ervoor gekozen om bij pensioen alleen uitkeringen in 'geldeenheden' toe te staan. Bij lijfrenteverzekeringen vaart zij een andere koers. Iemand kan een lijfrenteverzekering sluiten, waarvan de premie aftrekbaar kan zijn voor de inkomstenbelasting. Vanuit het op te bouwen -lijfrentekapitaal moeten – uiterlijk vanaf de 70-jarige leeftijd – lijfrente-uitkeringen voort gaan komen. Financieel gezien is een lijfrente net zoiets als een pensioen: een periodieke uitkering die iemand ontvangt onder de voorwaarde dat hij (of zij) in leven is op het moment waarop de verzekeraar moet uitkeren. Volgens de fiscale wetten mag – als er een lijfrentekapitaal beschikbaar komt vanaf de 65-jarige leeftijd of later – daaruit een uitkering voortvloeien die ten minste vijf jaar duurt. Deze uitkering mag maximaal een kleine € 20.000 per jaar bedragen. Komt er een dusdanig lijfrentekapitaal beschikbaar dat er een hogere uitkering uit voortvloeit, dan moet de rest van de uitkering wel 'levenslang' zijn.

Ook bij lijfrente-uitkeringen speelt de problematiek dat het lijfrentekapitaal in aandelen kan zitten. Verzekeraars spreken dan meestal over 'beleggingseenheden'. In dat geval is het wel toegestaan dat de lijfrentenier de uit-keringen in 'beleggingseenheden' ontvangt. Dan kan hij eventueel profiteren van een mogelijke up-swing in aandelenkoersen. Iets wat de pensioenontvanger dus niet kan.

Binnen een pensioenverzekering had een werknemer (niet-DGA) vorig jaar € 150.000 in aandelen. Dit jaar is daar nog maar € 75.000 van over. Een verzekeraar biedt ten opzichte van die € 75.000 een pensioenuitkering aan van ca. € 4.800 per jaar. Bij een lijfrenteverzekering waarbij 75.000 beleggingseenheden beschikbaar komen, zou een verzekeraar levenslang een uitkering van 4.800 beleggingseenheden per jaar kunnen aanbieden. Als die eenheden nu 1 euro waard zijn, dan is er geen verschil met de pensioenuitkering. Maar als bijvoorbeeld volgend jaar de prijs per eenheid € 1,20 is, dan ontvangt de lijfrentenier € 5.760. Uiteraard is er bij deze vorm van uitkeringen ook een kans dat de uitke-ring in euro's vervolgens lager is dan die € 4.800.

Als pensioengeld belegd is in aandelen, is het verstandig dit kapitaal tijdig in veilig vaarwater te brengen. Wat 'tijdig' is, kan niemand voorspellen. Amerikanen hanteren de '90-x'-methode waarbij 'x' de huidige leeftijd is. De uitkomst geeft het percentage aan wat veilig gesteld zou moeten zijn in vast-rentende waarden. Misschien dat we in Nederland de '65-x-methode' moeten toepassen. Werknemers die het niet weten laten het lekker over aan de verzekeraar: die is vanaf 1 januari wettelijk verplicht het beleggingsbeleid te verzorgen als de werknemer het niet zelf wil. De verzekeraar moet zorgen voor een goed pensioenkapitaal op de pensioendatum.