Gebruiker:
Wachtwoord:
Log in

Maart (2) 2008 - Omkering van de bewijslast-

Omkering van de bewijslast
Dr. J.H.M. Arts

De Belastingdienst beschikt over allerlei middelen om te controleren welk bedrag aan belasting
iemand moet betalen. Het eerste middel is de aangifte. In de aangifte moet iemand aan de Belastingdienst de gegevens verstrekken die nodig zijn voor een juiste vaststelling van de belastingschuld. Bij een aanslagbelasting, zoals de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting, worden de gegevens gebruikt om een aanslag vast te stellen. Bij een aangiftebelasting, zoals de loonbelasting of de omzetbelasting, dient de aangifte alleen voor controle. De Belastingdienst mag ten behoeve van de controle voor alle belastingen ook vragen stellen of stukken voor inzage opvragen. Het kan om zowel papieren als elektronische documenten gaan.
 

Verstrekte informatie
Hoewel de Belastingdienst over uitgebreide controlemogelijkheden beschikt, is hij toch altijd in het nadeel. Het is namelijk nooit zeker of iemand wel alle gegevens verstrekt die nodig zijn voor een juiste vaststelling van de belastingschuld. Aan de Belastingdienst is daarom nog een belangrijk wapen
gegeven om alle benodigde informatie te krijgen: de omkering van de bewijslast. Gezien de vele
soorten belastingen waarmee een directeur-grootaandeelhouder te maken heeft, kan hij gemakkelijk met de omkering van de bewijslast in aanraking komen.

Bij omkering van de bewijslast stelt de inspecteur naar eigen inzicht een belastingaanslag vast. Bij bezwaar moet degene aan wie de aanslag is opgelegd vervolgens maar bewijzen dat die aanslag onjuist is. Daarbij kan hij niet volstaan met aannemelijk te maken dat de inspecteur de aanslag te hoog heeft vastgesteld maar zal hij overtuigend moeten bewijzen dat de aanslag te hoog is. Wel mag de inspecteur de aanslag niet volstrekt willekeurig vaststellen. Hij moet uitgaan van een redelijke schatting op basis van de informatie waarover hij beschikt.

De omkering van de bewijslast treedt in wanneer de vereiste aangifte niet is gedaan, de door de
Belastingdienst gestelde vragen niet volledig zijn beantwoord, of de documenten die moesten worden verstrekt, niet of onvolledig zijn overgelegd. In deze gevallen kan omkering van de bewijslast niet al-leen van toepassing zijn bij de behandeling van een bezwaar maar ook in de beroepsfase bij een rechter. Verder kan de omkering van de bewijslast gelden wanneer een beschikking is aangevraagd en daarbij de verlangde informatie niet of niet volledig is verstrekt.

Als de inspecteur afwijkt van de aangifte behoeft dat nog niet te duiden op het niet doen van de
vereiste aangifte. Dat is pas het geval als de inspecteur de aangifte corrigeert met een relatief of
absoluut groot bedrag. Evenmin kan worden gesteld dat de vereiste aangifte niet gedaan is wanneer een aangiftebiljet niet is ingeleverd. Dit is alleen het geval wanneer er een verplichting bestond om het aangiftebiljet in te leveren. Dit is bijvoorbeeld niet het geval bij T-biljetten.

Boete
De omkering van de bewijslast geldt in beginsel ook niet voor een boete die door de Belastingdienst bij een belastingaanslag wordt opgelegd. Zware boetes (de vergrijpboetes) worden steeds op een percentage van de niet-aangegeven belasting bepaald. De gebruikelijke percentages zijn 25, 50 en in zeer ernstige gevallen zelfs 100.

De Hoge Raad heeft recent duidelijk gemaakt hoe de omkering van de bewijslast moet worden
toegepast in een situatie waarin ook een vergrijpboete is opgelegd. In dit arrest heeft de Hoge Raad ook uiteengezet hoe er moet worden gehandeld als betwist wordt dat aan de voorwaarden voor de
omkering van de bewijslast is voldaan. De inspecteur stelde dat de belanghebbende de vereiste
aangifte niet had gedaan omdat zij een groot bedrag aan inkomsten niet had aangegeven. De belang-hebbende stelde dat zij die inkomsten helemaal niet had gehad.

De Hoge Raad oordeelde dat in zo'n geval eerst de juistheid van het verweer moet worden onder-zocht, zonder omkering van de bewijslast. Pas als dit verweer onjuist wordt bevonden, treedt de om-kering van de bewijslast in. Zij geldt dan voor het bedrag van de correctie door de inspecteur.

Ten aanzien van de boete oordeelde de Hoge Raad dat de omkering van de bewijslast alleen wordt uitgesloten voor de vraag of er opzet of grove schuld is. De vergrijpboete bedraagt steeds een
percentage van de niet-aangegeven belasting, ook als de belastingschuld met omkering van de
bewijslast is vastgesteld. Dit kan de rechter wel aanleiding geven om de boete te matigen.