Gebruiker:
Wachtwoord:
Log in

Juni 2007 - Vermogensrendementsheffing in jaar van overlijden

Vermogensrendementsheffing in jaar van overlijden

Dr. J.H.M. Arts

Iemand kan in het jaar van overlijden van zijn partner een aanzienlijk belastingvoordeel behalen door de toerekening van het inkomen in box 3. Dit is het gevolg van een arrest van de Hoge Raad van 8 september 2006. Inmiddels is een wetsvoorstel ingediend om het voordeel onmoge-lijk te maken.

Dit voorstel moet op 1 januari 2008 in werking treden. Voor het jaar 2007 kan het fiscale voordeel nog worden benut.

De zaak
Het arrest betrof een vrouw wier man op 27 april 2001 overleed. De vraag die de Hoge Raad moest beantwoorden, was hoe in 2001 het inkomen uit sparen en beleggen (box 3) van de man en de vrouw berekend moest worden. Het inkomen in box 3 wordt bepaald op basis van het for-faitaire rendement. Dit bedraagt 4% van het gemiddelde van de rendementsgrondslag aan het begin en aan het einde van het kalenderjaar, verminderd met het heffingsvrije vermogen. In het jaar waarin iemand overlijdt, wordt de dag van overlijden als eindpeildatum genomen in plaats van de laatste dag van het kalenderjaar. Verder wordt het percentage van 4 in verhouding tot de tijd berekend. Daarbij wordt de maand van overlijden buiten beschouwing gelaten, tenzij de over-lijdensdatum de laatste dag van de maand is.

Partners
Heeft de overledene een partner, dan kan deze in het overlijdensjaar kiezen voor een voljaars-partnerschap. De langstlevende heeft dan de mogelijkheid om de rendementsgrondslag van hemzelf en de overledene op de beginpeildatum vrijelijk te verdelen tussen hen beiden. Hetzelfde geldt voor de eindpeildatum die echter voor beide niet gelijk is. Voor de overledene geldt de over-lijdensdatum als eindpeildatum, voor de langstlevende is dit de laatste dag van het kalenderjaar.

Wordt de gehele rendementsgrondslag aan de overledene op diens eindpeildatum toegerekend, dan heeft de langstlevende op zijn eindpeildatum geen rendementsgrondslag. Wordt ook de ge-hele rendementsgrondslag op de beginpeildatum aan de overledene toegerekend, dan heeft de langstlevende in het geheel geen aan te geven rendementsgrondslag. Het forfaitaire rendement – in verhouding tot de tijd berekend – wordt dan uitsluitend bij de overledene belast.

De belastingadviseur van het echtpaar in kwestie, gaf in 2001 het gezamenlijke forfaitaire rende-ment geheel bij de man aan. Het forfaitaire rendement berekende hij naar een percentage van 1. Dit was het in verhouding tot de tijd herleide percentage van 4, namelijk over de drie volle maan-den die verstreken waren vóór het overlijden van de man (3/12 x 4% = 1%).

De uitspraak
Hof Leeuwarden volgde deze berekening. Het Hof besliste dat de rendementsgrondslag moest worden bepaald op het gemiddelde van de waarde in het economisch verkeer van de vermo-gensbestanddelen per 1 januari 2001 en per 27 april 2001 (eindpeildatum van de man). De Hoge Raad heeft de uitspraak van Hof Leeuwarden bevestigd. Hierdoor kan iemand in het jaar waarin zijn fiscale partner komt te overlijden, een aanzienlijk bedrag aan inkomstenbelasting in box 3 besparen door te kiezen voor een voljaarspartnerschap; hij rekent het vermogen op de overlijdensdatum toe aan zichzelf en op 31 december aan zijn overleden partner. De hoogte van deze besparing hangt af van de grootte van het vermogen en de datum van overlijden.

Wetsvoorstel
Vanaf 2008 zal de hiervoor geschetste besparing niet meer mogelijk zijn. De beginpeildatum is dan voortaan altijd het begin van het kalenderjaar en de eindpeildatum het einde van het kalen-derjaar. Ook vervalt de berekening in verhouding tot de tijd van het forfaitaire rendement. Bij aanvang van iemands belastingplicht in de loop van een jaar door immigratie of geboorte, is diens rendementsgrondslag op de beginpeildatum nihil; bij beëindiging in de loop van een jaar door emigratie of overlijden op de eindpeildatum nihil. Wordt echter in het jaar van overlijden gekozen voor voljaarspartnerschap, dan wordt in dat jaar de rendementsgrondslag van de overledene op de eindpeildatum niet gesteld op nihil, maar op het bedrag dat aan hem toegerekend wordt.

Het effect van de wijziging is dat iemand in het jaar van immigratie of emigratie en van geboorte of overlijden steeds belasting betaalt in box 3 over zes maanden forfaitair rendement, ongeacht het werkelijke aantal maanden van de belastingplicht.