Januari 2008 - Overbedelingsschuld, let op bij aflossen!
mr. Iris Kunst-Kersting
Doorgaans bevat het testament van een DGA een ouderlijke boedelverdeling, of het testament is een aanvulling op of aanpassing aan de sinds 2003 bestaande wettelijke verdeling. In beide varianten zal de langstlevende echtgenoot alle goederen behorende tot de nalatenschap verkrijgen en een niet- opeisbare overbedelingsschuld aan de kinderen.
De kinderen verkrijgen bij het overlijden van de DGA ‘slechts’ een niet-opeisbare onderbedelingsschuld. Of de langstlevende ouder rente dient te betalen aan de kinderen is afhankelijk van hetgeen in het testament van de erflater is opgenomen, of van hetgeen daaromtrent later is afgesproken door de erfgenamen. Aan het betalen van rente en het aflossen van de overbedelingsschuld kunnen diverse fiscale gevolgen verbonden zijn. In deze bijdrage wordt aan een aantal belangrijke aspecten aandacht besteed.
Rentepercentage
De wettelijke regeling inzake de rente bepaalt dat de overbedelingsschuld moet worden vermeerderd met een percentage overeenkomend met de wettelijke rente, voor zover dit percentage hoger is dan zes. Nu momenteel de wettelijke rente 6% is, bedraagt de verschuldigde rente thans nihil. Als de erflater de rente volgens deze regeling heeft bepaald, wordt de vordering die de kinderen op de langstlevende ouder hebben voor het bepalen van het verschuldigde successierecht afgewaardeerd. Bij het eerste overlijden wordt dan minder successierecht geheven door deze afwaardering. De afwaardering vindt plaats aan de hand van een tabel waarbij de leeftijd van de langstlevende ouder een belangrijke rol speelt. Als de langstlevende ouder bijvoorbeeld 62 jaar oud is, wordt de vordering van de kinderen afgewaardeerd tot 40% van de nominale waarde.
Bij testament wordt nogal eens afgeweken van de wettelijke regeling, meestal met het oog op een toekomstige besparing van successierechten. Hoe hoger de rente die bij de hoofdsom wordt opgeteld, hoe hoger de schuld van de langstlevende ouder aan de kinderen bij diens overlijden. Het hogere successierecht bij het eerste overlijden wordt dan voor lief genomen.
De langstlevende ouder en de kinderen kunnen in onderling overleg binnen acht maanden na het overlijden van de erflater de rente anders bepalen dan bij testament is vastgelegd, zonder dat er dan een schenking wordt geconstateerd. Dit heeft echter wel invloed op de heffing van successierecht. Als er in het testament was bepaald dat de langstlevende ouder geen rente verschuldigd is en de erfgenamen besluiten alsnog binnen acht maanden na overlijden rente te berekenen, dan wordt het successierecht berekend op basis van deze latere afspraak.
Aflossing renteloze overbedelingsschuld
Wat nu als een overbedelingsschuld wordt afgelost? Stel dat de langstlevende ouder op enig moment een renteloze overbedelingsschuld aan de kinderen wil aflossen. Vaak zal deze ouder dan de schuld aflossen voor de nominale waarde. Aflossing van een renteloze schuld tegen de nominale waarde impliceert echter een schenking. Een renteloze, niet-opeisbare vordering heeft immers een lagere waarde dan een rentedragende vordering.
De schenking is dan het verschil tussen de nominale waarde en de waarde waarbij rekening wordt gehouden met de renteloosheid en niet-opeisbaarheid.
Een extra complicatie treedt op als de langstlevende ouder binnen 180 dagen na aflossing van de schuld komt te overlijden. Volgens de Successiewet worden schenkingen, gedaan binnen 180 dagen voor overlijden, fictief als erfrechtelijke verkrijging aangemerkt. Rechtbank Breda heeft onlangs in een dergelijk geval uitspraak gedaan. Het ging om een moeder die, ernstig ziek, een maand voor haar overlijden de schuld aan haar kinderen afloste tegen nagenoeg de nominale waarde. De inspecteur en de rechtbank waren van mening dat er sprake was van een schenking en telden het verschil tussen het uitbetaalde bedrag en de waarde volgens de tabellen in de successiewet op bij de erfdelen van de kinderen! Moeder had dus beter niet kunnen aflossen.
Rentedragende schuld
Als er sprake is van een rentedragende schuld kan het voorstaande probleem zich slechts voordoen als de rente samengesteld berekend minder dan 6% beloopt; aflossing tegen nominale waarde bij 6% rente of meer houdt geen schenking in. Wel kan zich een fiscaal probleem voordoen als op enig moment wordt besloten de hoofdsom inclusief rente af te lossen. Voor zover deze rente namelijk is opgekomen vóór 1 januari 2001, wordt hij bij de kinderen belast in box 1. De rente is – voor zover niet toerekenbaar aan een box 1-verkrijging – niet aftrekbaar in box 1 bij de langstlevende ouder. ![]()

