Gebruiker:
Wachtwoord:
Log in

December 2007 - Pensioen: maximale opbouw nog interessant?

Mr. Iris Kunst-Kersting
 
 
De huidige vennootschapsbelastingtarieven en de voorgestelde verlaging daarvan in 2008 nopen de DGA tot heroverweging inzake de hoogte van het aan hem toegezegde pensioen.
 
Voorziening
Om het toegezegde pensioen in de toekomst uit te kunnen keren, dient de vennootschap een voorziening op te bouwen. De opbouw van deze voorziening vormt kosten die de jaarwinst verlagen. Het Ministerie van Financiën stelt voor om in 2008 het vennootschapsbelastingtarief verder te verlagen naar 20% voor winsten tot € 40.000. Voor het meerdere tot € 200.000 wordt een tarief van 23% voorgesteld. Boven de € 200.000 zal het tarief 25,5% blijven. Uitgaande van een tarief van 23% en rekening houdend met de aanmerkelijkbelangheffing, leidt een toevoeging aan de pensioenvoorziening tot een uiteindelijke belastingbesparing van slechts 42,25%. Voor het deel van de toekomstige pensioenuitkering dat boven het 52%-tarief van de derde schijf, thans € 53.064, uit dreigt te komen, zal bij gelijkblijvende tarieven door de ontvanger dus meer inkomstenbelasting betaald worden dan de vennootschap aan voordeel heeft genoten. De voorgenomen verlaging van het vennootschapsbelastingtarief maakt het in bepaalde situaties minder aantrekkelijk een hoger pensioen op te bouwen. Dit geldt zowel voor een pensioen in eigen beheer als voor een pensioen dat is ondergebracht bij een derde.
 
Bovendien is het vanaf 1 januari 2009 wellicht niet meer mogelijk om pensioen fiscaal gefacilieerd op te bouwen boven de grens van € 185.000, aldus het voorstel.
 
Tot de tariefsverlaging van 2007 was de kans op tariefsnadeel niet aanwezig omdat het gecombineerde tarief van vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting in de buurt van de 52% lag.
 
Onevenwichtigheid voorkomen
Indien het toekomstig pensioen van de DGA zal leiden tot uitkeringen die deels belast worden met het 52%-tarief voor de inkomstenbelasting, kan hij zijn toezegging aanpassen. Dit impliceert evenwel een aanpassing van de pensioenbrief. Voorts kan het voorkomen dat de DGA eigenlijk een salarisverhoging wil doorvoeren, maar dat deze een toezegging van pensioen in de 52%-schijf tot gevolg zou hebben. In een dergelijk geval zou gekozen kunnen worden voor uitkering van een niet-vast tantième, aangezien dit niet tot de pensioengrondslag behoort. Uiteraard zal ook dit voor de BV aftrekbare tantième (deels) met 52% belast zijn, hetgeen tariefsmatig evenmin aantrekkelijk is. Het uitkeren van dividend, indien mogelijk, is dan aantrekkelijker.
 
Hoogte van de pensioenvoorziening op de balans van de vennootschap
Bij het voorstaande is één opmerking inzake de kosten van het houden van een pensioenvoorziening in eigen beheer op zijn plaats. De regelgeving van de laatste jaren, met name de veelvuldige wetswijzigingen op pensioengebied, maakt het buitengewoon complex voor een accountant of belastingadviseur om de juiste pensioenaanspraak vast te stellen en de omvang van de benodigde pensioenvoorziening te berekenen. Daarnaast stelt de Belastingdienst in toenemende mate vragen over de wijze waarop de voorziening is vastgesteld. De kosten van het aanhouden van een pensioenvoorziening in eigen beheer zijn daardoor in de loop van de jaren aanzienlijk gestegen.
 
Waardering pensioenvoorziening
De regels van goed koopmansgebruik sluiten doorgaans goed aan bij de regels die gelden voor het opstellen van een jaarrekening. Hierop is echter een belangrijke inbreuk: de Wet inkomstenbelasting en in het verlengde hiervan de Wet op de vennootschapsbelasting schrijven een afwijkende waardering van de pensioenvoorziening voor. Voor de berekening van de fiscale pensioenvoorziening moet worden gerekend met een rekenrente van minstens 4%. Bovendien mag geen rekening worden gehouden met een leeftijdsterugtelling of kostenopslag. Hierdoor is de fiscale waardering aanzienlijk lager dan de commerciële waardering, of de prijs die betaald moet worden indien een pensioenvoorziening wordt afgestort. Op grond van een richtlijn voor het jaarrekeningenrecht (voor de liefhebber RJ-271) mag voor de fiscale balans van kleine vennootschappen worden aangesloten bij de fiscale waardering, waardoor in dergelijke gevallen ook op de commerciële balans niet de werkelijke verplichting tot uitdrukking komt
Een toegezegd pensioen kan worden opgebouwd op basis van het eindloon of het gemiddelde loon van de DGA over de opbouwperiode. Wel moet worden gerekend met pensionering op 65-jarige leeftijd. Met een pensionering op eerdere leeftijd mag bij de pensioenopbouw geen rekening worden gehouden. Als de DGA eerder met pensioen gaat, zal hij een aanzienlijk lager pensioen ontvangen: enerzijds wordt de opbouwperiode verkort, terwijl anderzijds de uitkeringsperiode wordt verlengd.