September 2007 - Gebruikelijk loon: de blik van de rechter
Als DGA wordt u geacht jaarlijks een loon van tenminste € 39.000 te ontvangen van uw vennootschap. Onder omstandigheden kan dit gebruikelijk loon lager of juist hoger zijn. Wettelijk is vastgelegd dat het in aanmerking te nemen gebruikelijk loon niet in belangrijke mate (30%) mag afwijken van hetgeen gewoon is.
In de meeste gevallen wordt bij de vraag naar de hoogte van dit gebruikelijk loon gekeken welk loonniveau gangbaar is voor een soortgelijke dienstbetrekking waarbij een aanmerkelijk belangpositie geen rol speelt. Voor vrije beroepsbeoefenaren is deze vergelijking lastiger. In die situaties kan de zogenoemde afroommethode worden benut.
Bij de afroommethode wordt vanuit de opbrengsten van de vennootschap teruggerekend welk salarisniveau een vennootschap kan dragen. Deze methode is door de Hoge Raad in het jaar 2004 voor het eerst voorgesteld in een zaak waarbij de persoonlijke kwaliteiten van de DGA bepalend bleken voor de omvang van de omzet van "zijn" vennootschap. Voor de concrete uitwerking van deze methode had de Hoge Raad de zaak terugverwezen naar het hof Amsterdam. Helaas zou deze procedure volgens de berichten zijn ingetrokken: de concretisering van de methode bleef dus in het ongewisse.
De zaak
Een dergelijke zaak speelde onlangs voor de rechtbank Breda. De omzet van een vennootschap bedroeg in 2001ongeveer € 245.000. Deze omzet bleek volledig te bestaan uit een managementfee voor het werk dat de DGA had verricht. De inspecteur vond het door deze DGA aangegeven belastbare loon ad € 40.840 te laag en paste daarom de afroommethode toe. De inspecteur stelde een gebruikelijk loon vast van € 150.000, ruim drie keer het aangegeven bedrag. rechtbank Breda stelde deze inspecteur in het gelijk.
Achtergrond
Om te kunnen bepalen welk loonbedrag gezien de omzetgegevens gebruikelijk zou zijn, dient ook bekend te zijn welke overige kosten fiscaal acceptabel zijn. Helaas is dat in deze zaak niet duidelijk geworden.
Natuurlijk kunnen deze kosten wel worden teruggerekend. Het door de inspecteur vastgestelde loon bedraagt immers €150.000, hetgeen 70% zou bedragen van het daadwerkelijke gebruikelijk loon. Dit ongecorrigeerde loon zou dan € 214.285 bedragen. Nu de omzet circa € 245.000 bedroeg, zouden de in aanmerking te nemen kosten € 30.715 bedragen. Die wiskundige logica geldt alleen als er inderdaad rekening gehouden is met een afwijking van de maximaal toegestane 30%.
Ook diverse advieskantoren hebben deze rekenexercitie uitgevoerd. Of deze techniek ook daadwerkelijk de veronderstellingen van de rechtbank weerspiegelt, blijft helaas onduidelijk. De gepubliceerde uitspraak toont de motivering van de inspecteur niet. Jammer dat de rechtbank Breda deze uitspraak niet nader onderbouwde: juist de motivering van een getalsmatige oefening is voor DGA's in vergelijkbare omstandigheden van essentieel belang. ![]()

