Januari 2012 - Verhogen van eigen vermogen in crisistijd
Mr. Iris Kunst-Kersting
In tijden van crisis zijn soms maatregelen noodzakelijk om het eigen vermogen van een vennootschap te verhogen. Dit kan belangrijk zijn in het kader van een aanbesteding of omdat debiteuren een jaarrekening opvragen. Zo'n verhoging kan ook wenselijk zijn gezien de relatie met de bank.
Hierna wordt ingegaan op vorderingen die een bv heeft op een vennootschap waarmee zij geen fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting vormt. In deze bijdrage ga ik er vanuit dat sprake is van een echte vordering die ook fiscaal als zodanig wordt geaccepteerd: er is dus geen sprake van informeel kapitaal of van een onzakelijke lening (zie pagina 3 van dit magazine).
Er zijn meerdere mogelijkheden om de lening als eigen vermogen te laten fungeren. Ik ga in op de volgende mogelijkheden:
- De vordering achterstellen jegens alle debiteuren.
- Kwijtschelden van de vordering.
- De vordering omzetten in aandelenkapitaal.
De vordering achterstellen
Vaak stellen banken de eis dat vorderingen van aandeelhouders (zowel van een andere vennootschap als van een dga) worden achtergesteld bij de vordering van de bank. Op de aandeelhoudersvordering mag pas afgelost worden als aan de door de bank gestelde voorwaarden is voldaan. Toch zal die vordering dan niet als eigen vermogen fungeren. Pas als de vordering wordt achtergesteld jegens alle debiteuren zal de vordering in de jaarrekening worden gepresenteerd als eigen vermogen. Zodra de achterstelling is opgeheven wordt de lening niet langer onder het eigen vermogen gepresenteerd. Aan het achterstellen van een lening zijn geen fiscale gevolgen verbonden.
Kwijtschelden van de vordering
Kwijtschelding van een vordering moet los worden gezien van de fiscale waardering van deze vordering. Als geconstateerd kan worden dat een vordering (deels) waardeloos is geworden dan mag de schuldeiser de vordering afwaarderen ten laste van haar fiscale winst. Als overigens winst wordt geleden wordt ter zake van de afwaardering vennootschapsbelasting bespaard. Voor de schuldenaar heeft de afwaardering geen gevolgen, immers de schuld is niet kleiner geworden.
Als de schuld echter door de schuldeiser formeel wordt kwijt gescholden, dan maakt de schuldenaar winst en stijgt haar eigen vermogen dus. Bij de schuldenaar leidt de kwijtschelding niet tot fiscale winst indien en voorzover sprake is van de kwijtschelding van een niet voor verwezenlijking vatbare schuld.
Wel heeft de kwijtschelding tot gevolg dat het compensabele verlies van de schuldenaar met de kwijtschelding wordt verminderd.
Vordering omzetten in aandelenkapitaal
In plaats van een kwijtschelding kan de vordering ook worden omgezet in aandelenkapitaal. Bij deze omzetting wordt de schuld omgezet in eigen vermogen. Voor de schuldenaar betekent dit dat zij van een schuld is bevrijd, maar dit leidt niet tot belastingheffing. Voor de schuldeiser heeft dit echter wel fiscale gevolgen. Deze gevolgen leiden echter niet direct tot belastingheffing.
Bij de omzetting van een (afgewaardeerde) vordering in aandelenkapitaal moet een bedrag gelijk aan het bedrag waarmee de vordering was afgewaardeerd ten laste van de in Nederlands belaste winst, aan de winst van de schuldeiser worden toegevoegd. Deze omzetting leidt echter niet onmiddellijk tot winstneming: de toevoeging aan de winst wordt namelijk geneutraliseerd door de ten laste van de winst gevormde opwaarderingsreserve. Deze reserve dient pas aan de belastbare winst te worden toegevoegd indien en voorzover de waarde van de aandelen in de deelneming toeneemt. De deelneming dient hiervoor elk jaar gewaardeerd te worden op de waarde in het economisch verkeer.
Als de deelneming buiten het concern wordt verkocht valt de opwaarderingsreserve onbelast vrij. Dit is anders indien deze verkoop overwegend gericht is op de onbelaste vrijval van de opwaarderingsreserve. De opwaarderingsreserve wordt ineens belast aan de winst toegevoegd als:
- de onderneming van de schuldenaar wordt vervreemd aan de belastingplichtige of aan een met hem verbonden lichaam of verbonden persoon;
- de deelneming of een gedeelte van de deelneming wordt vervreemd aan een met de belastingplichtige verbonden natuurlijk persoon;
- de schuldenaar als dochtermaatschappij deel uit gaat maken van een fiscale eenheid;
- een verzoek wordt gedaan om in één keer af te rekenen over de winst.
Welke keuze gemaakt wordt is mede afhankelijk van de fiscale positie van met name de schuldenaar. In sommige gevallen is de vorming van een opwaarderingsreserve niet wenselijk, advies inwinnen is raadzaam.

