Gebruiker:
Wachtwoord:
Log in

November 2011 - Vitaliteitssparen voor dga's

Het kabinet heeft op Prinsjesdag de contouren van het vitaliteitssparen bekend gemaakt. Vanwege de komst van deze fiscale spaarfaciliteit in 2013 wordt ondermeer de populaire spaarloonregeling voor werknemers afgeschaft. Ook de levensloopregeling wordt per 2012 afgeschaft. Deze vrij jonge spaarregeling is vooral onder dga's populair: voor veel van hen is deelname aan de spaarloonregeling uitgesloten.

 

Met de levensloopregeling kan belastingheffing over gespaard loon langdurig worden uitgesteld, terwijl het loon zelf in uw vennootschap wel direct als kosten kan worden opgevoerd. De jaarlijkse inleg bedraagt maximaal 12% van uw belastbare loon, het tegoed zelf kan maximaal 210% van het jaarloon bedragen. Deelnemers aan de levensloopregeling genieten verder een levensloopkorting voor ieder jaar dat gespaard is. Deze korting bedraagt maximaal € 201 (2011) per jaar en wordt uitgekeerd bij opname. Bovendien is het saldo van het gespaarde loon vrijgesteld van belastingheffing in box 3.

Vitaliteitssparen

De nieuwe spaarmogelijkheid staat open voor werknemers, IB-ondernemers, zzp-ers en resultaatgenieters. Doel van de regeling is om "werkenden beter in staat stellen naar eigen inzicht hun inkomen over hun arbeidzame leven te spreiden". De stortingen in vitaliteitssparen zijn fiscaal aftrekbaar in box 1 en er wordt bij de deelnemers pas belasting geheven bij opname van het tegoed. De werkgever heeft dus geen administratieve lasten! Opvallend is dat deze faciliteit – anders dan de levensloopregeling - geen beperkte opnamedoelen kent. Vitaliteitssparen staat open voor belastingplichtigen jonger dan 65 jaar en kent drie spaarvormen: de spaarrekening, de spaarverzekering en het spaarrecht van deelneming. Het vitaliteits-spaartegoed zelf is onbelast in box 3.

Bij vitaliteitssparen is evenwel de jaarlijkse inleg beperkt tot € 5.000: dit bedrag is als uitgave voor inkomensvoorzieningen fiscaal aftrekbaar in box 1 (net als een lijfrentepremie). Deze aftrek valt buiten de formule van de jaarruimte en vormt eigenlijk een soort ongetoetste aftrek. Het in totaal maximaal op te bouwen vitaliteitsvermogen bedraagt € 20.000 (bruto).

Het tegoed dient vóór het bereiken van de leeftijd van 65 jaar te zijn opgenomen. Overigens wordt een opname uit het vitaliteissparen na het bereiken van de 62-jarige leeftijd beperkt tot een bedrag van € 10.000 per jaar. Hiermee wil de wetgever voorkomen dat de spaarvorm wordt gebruikt om eerder te stoppen met werken. Wie jonger is dan 62 jaar, kan het tegoed onbeperkt opnemen.

Vergelijking

De nieuwe regeling lijkt aantrekkelijk voor dga's die tijdens hun actieve periode een deel van hun inkomen kunnen missen. Bij inleg ontvangt u immers een bruto belastingvoordeel van maximaal 52% en bij een goede planning wordt de latere opname tegen een lager tarief belast. Bovendien rendeert het afgezonderde vermogen onbelast in box 3.

Het grote voordeel van de eenvoudig opgezette vitaliteitsregeling is dat de beperkte opnamedoelen zijn verdwenen. Een groot nadeel is evenwel dat de inleg voor hogere inkomens ten opzichte van de levensloopregeling aanzienlijk wordt ingeperkt. Ook het verdwijnen van de levensloopkorting is nadelig.

Bescheiden overgangsregels

Uit de voorgestelde wettekst blijkt dat levensloopregeling in 2012 alleen openstaat voor deelnemers die op 31 december 2011 een positief saldo op hun levenslooprekening hebben staan. In die situatie kunt u ook in 2012 nog levensloopsparen. Heeft u minder dan € 3.000 spaartegoed, dan mag u dit bedrag in 2012 opnemen of u kunt het in 2013 onbelast storten in een vitaliteitsspaarprodukt. Met ingang van 1 januari 2013 zou sparen voor de levensloopregeling alleen nog mogelijk zijn voor deelnemers die voor 1 januari 2013 de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt. Zij kunnen in 2013 en daarna nog inleggen, hoewel er vanaf 2012 geen levensloopkorting meer wordt opgebouwd. Wie op 31 december 2012 jonger is dan 58 jaar, dient het gespaarde tegoed in 2013 om te zetten in een vitaliteitsspaarregeling, anders wordt het ineens belast.

Het is raadzaam om in 2011 een hoge inleg in de levensloopregeling te doen, waarna u in 2013 – bij omzetting van de levensloopregeling in de vitaliteitsregeling – daaruit naar eigen wens opnamen kunt doen.

Verwarrend is wel dat minister Kamp in een recente brief over de overgangsregeling lijkt af te wijken van deze voorstellen. Hij suggereert dat levensloopsparen voor bestaande deelnemers mogelijk zou blijven tot dezelfde bedragen als in de huidige regeling. Tijdens de behandeling van dit wetsvoorstel zal een en ander duidelijk worden.