Oktober 2011- wijziging overgangsregeling levensloopsparen
Mr S.M.H. Dusarduijn
Pagina 7 van DGA Fiscaal van oktober 2011 herbergt een artikel over de voorgestelde faciliteit voor vitaliteitssparen. In deze bijdrage wordt ook gekeken naar het op dat moment bekende overgangsrecht voor het – bij DGA's populaire – sparen via de levensloopregeling.
Dat fiscaliteit vluchtig is blijkt ook hier. Tijdens het drukken van dit magazine is de Tweede Nota van wijziging op het Belastingplan 2012 verschenen, waarin onder andere ook het beschreven overgangsrecht van de levensloopregeling is aangepast. De overgangsregels zijn nu meer in lijn met de brief van Minister Kamp, zie het artikel.
Een korte blik op het overgangsrecht
De levensloopregeling vervalt per 1 januari 2012. In het oorspronkelijke voorstel is een leeftijdsgrens van 58 jaar opgenomen per ultimo 2011 om nog na dit jaar deel te kunnen blijven nemen aan de levensloopregeling. Deze leeftijdsgrens is nu vervallen.
Iedereen die dit jaar deelneemt aan de levensloopregeling en aan het einde van 2011 een minimaal saldo in de regeling heeft opgebouwd van € 3.000 inclusief beleggingsrendement kan ook de komende jaren nog deel blijven nemen in de levensloopregeling.
In principe blijven dan de voorwaarden zoals deze thans gelden gehandhaafd, met als enige verandering dat u vanaf 2012 geen recht meer heeft op levensloopverlofkorting. Wanneer u onder de overgangsregeling valt, kunt u dus nog steeds jaarlijks 12% van u bruto salaris sparen met een maximum van 210%. Ook opnemen mag dan nog steeds om eerder te stoppen met werken of om een periode van onbetaald verlof te kunnen financieren.
Omzetten
Indien u een bestaande levensloopregeling niet wil voorzetten, dan valt het tegoed belast vrij. Maar u zou er ook voor kunnen kiezen om het levenslooptegoed in 2013 om te zetten in het vitaliteitssparen. Die faciliteiten zijn – zoals beschreven in het artikel – weliswaar minder ruim, maar de opnamemogelijkheden kennen minder voorschriften.
Als u in 2013 uw levensloopsaldo per ultimo 2011 overdraagt naar het vitaliteitssparen, dan kan het maximale saldo van de vitaliteitsregeling de norm van € 20.000 te boven gaan, dat is geen probleem. Indien in 2014 of later jaren het saldo levensloop wordt omgezet naar de vitaliteitsregeling is omzetting mogelijk tot een bedrag van € 20.000. Het meerdere is dan belast voor de inkomstenbelasting.
Degene die wel deelnemen aan de levensloopregeling in 2011 maar ultimo dit jaar geen saldo hebben van € 3.000, kunnen het saldo in 2012 laten uitbetalen onder inhouding van loonheffing of vanaf 2013 overdragen naar de vitaliteitsregeling. Deelname aan de levensloopregeling na 2011 is voor hen dus niet meer mogelijk.
Overigens is deelname aan de vitaliteitsregeling en levensloopregeling tegelijkertijd niet mogelijk.
Let op
Het openen van een levensloopregeling is dit jaar nog mogelijk indien u niet deelneemt aan de spaarloonregeling. Door minimaal € 3.000 te storten in deze levensloopregeling kunt u dus gebruik maken van het overgangsrecht en blijft de (ruimere) faciliteit van de levensloopregeling voor u van toepassing.

