September 2011 - Management BV? let op naheffingsaanslag loonbelasting!
Als een DGA van een management-bv zich aan een derde ter beschikking stelt voor het verrichten van bepaalde activiteiten, kan hij rekenen op warme aandacht van de fiscus indien hij eerder bij deze derde in dienstbetrekking werkzaam was. Dat geldt zeker als de feitelijke toestand weinig lijkt af te wijken van de situatie tijdens de eerdere dienstbetrekking. De inspecteur kan dan stellen dat nog steeds een dienstbetrekking met die derde aanwezig is. Deze opdrachtgever kan dan een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen tegemoetzien.
Van een dienstbetrekking is sprake als een arbeidsverhouding drie kenmerken heeft:
- een verplichting tot het persoonlijk verrichten van arbeid;
- een verplichting tot het betalen van een loon;
- en er is sprake van een gezagsverhouding.
Of de inspecteur erin slaagt het bestaan van de managementovereenkomst te negeren, hangt af van de situatie zelf en van de bewijsmiddelen die de inspecteur voor zijn stelling aandraagt. Uit een recente uitspaak van Hof den Haag blijkt dat het klakkeloos uitgaan van bepaalde aannames onvoldoende is.
De zaak
De management-bv van X sloot in 2003 een managementovereenkomst met bv Y, een bouwonderneming waar de man eerder als directeur werkzaam was. De overeenkomst stond X toe - om naast het werk voor bv Y - ook het management te voeren over bouwprojecten van anderden. Ook deze werkzaamheden werden verricht via de management-bv. Maandelijks betaalde bv Y een vaste managementvergoeding aan de management-bv. Tijdens een boekenonderzoek bij bv Y stelde de inspecteur dat nog steeds sprake was van een dienstbetrekking met de voormalige directeur. De inspecteur vond dat de invulling van de directeursfunctie van X bij bv Y feitelijk onveranderd was gebleven. Volgens de inspecteur moest X zijn functie nog steeds persoonlijk verrichten waarbij hij de aanwijzingen van de aandeelhouders in acht zou moeten nemen (gezagsverhouding). Hoewel de betaling als een vergoeding werd geduid, vormde deze volgens de inspecteur gewoon loon inzake door X verrichte arbeid. De inspecteur legde bv Y daarom een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen op met boete. Toen de rechtbank de naheffingsaanslag grotendeels in stand liet, ging de bv hoger beroep
Hof den Haag schoot alle stellingen van inspecteur af. De inspecteur had immers niets aangevoerd ter onderbouwing van zijn betoog: hij had slechts een aantal aannames gedaan. Dat op zich was al onvoldoende, vooral omdat de inspecteur de andere rechtsgevolgen van de managementovereenkomst wel accepteerde, zoals betaling van de facturen van de managementvergoeding inclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting. Bovendien bleek de maandelijkse managementvergoeding voor de management-bv aanzienlijk hoger te zijn dan het loon dat de man destijds als directeur ontving. Het hoger beroep van de bv werd gegrond verklaard en de naheffingsaanslag werd verminderd.

