Gebruiker:
Wachtwoord:
Log in

Mei 2011 - Privé-uitgaven of zakelijke kosten?

Dr. J.H.M. Arts

Het wordt zo gemakkelijk gezegd: “Zet die rekening maar op naam van de bv.” Vaak laat een directeur-grootaandeelhouder allerlei kosten door de bv betalen, hoewel die kosten niet zuiver zakelijk zijn. Het gaat dan om uitgaven die in meer of mindere mate een privé-karakter hebben.

Voorschriften
Voor veel van dit soort gemengde uitgaven bevat de wet voorschriften. Denk aan de beperking van de aftrek van de kosten van voedsel, drank en genotmiddelen, representatie en congressen, seminars en symposia en dergelijke. Deze zijn in 2011 voor de vennoot-schapsbelasting slechts aftrekbaar voorzover zij meer zijn dan € 4300 of, als dat meer is, 0,4% van de totale fiscale loonsom van de BV of de fiscale eenheid. Het is ook mogelijk om te kiezen voor een beperking van de aftrek tot 73,5% van de kosten. Verondersteld wordt dan dat 26,5% van de kosten een privékarakter heeft.

Met zulke regels wordt voorkomen dat privé-uitgaven ten laste van de winst van de bv worden gebracht. De regels werken voor veelvoorkomende gevallen, maar niet voor extremen. Ook zulke gevallen kan de inspecteur echter aanpakken.

Volgens vaste rechtspraak mag een inspecteur het ondernemingsbeleid niet toetsen. Dit betekent dat hij de aftrek van kosten waarvan het zakelijke karakter vaststaat, niet geheel of gedeeltelijk mag weigeren omdat het naar zijn mening goedkoper had gekund. Het is echter ook vaste rechtspraak dat de inspecteur wel mag beoordelen of met uitgaven van de BV persoonlijke behoeften van de aandeelhouder worden bevredigd, ook als met die uitgaven tevens het zakelijke belang van de BV wordt gediend.

Voorbeelden
Een voorbeeld uit de rechtspraak is de maatschap van tandartsen die een sportvliegtuigje (Cessna) aanschafte waarmee de tandartsen vluchten door West-Europa maakten om tandheelkundige centra op te zetten; de meerkosten van deze vorm van reizen ten op-zichte van andere mogelijkheden (lijnvluchten, trein, auto) waren niet aftrekbaar van de winst. Eenzelfde lot trof de advocaat met een zwak voor dure auto’s, die hij op naam van zijn bv aanschafte; het Hof accepteerde slechts de aftrek van de kosten van één auto.

Ook niet volledig aftrekbaar waren de kosten van het houden van renpaarden voor een bv die een uitzendbureau dreef. De bv had alle kosten als verkoopkosten ten laste van haar winst gebracht. Het Hof en de Hoge Raad oordeelden echter dat met die kosten ook de persoonlijke behoeften van de aandeelhouder werden gediend, die een groot liefhebber van paardensport was. Slechts een deel van de kosten werd als reclamekos-ten geaccepteerd.

Kartende zonen
Voor Hof Arnhem speelde onlangs ook een dergelijk geval. Een bv die een straalbedrijf exploiteerde, was sterk afhankelijk van één opdrachtgever. Om de afhankelijkheid van de ene opdrachtgever te verminderen werd naar andere activiteiten gezocht. Gestart werd met kartactiviteiten. Deze activiteiten werden ondergebracht in een aparte bv die werd opgenomen in een fiscale eenheid met het straalbedrijf. De bv begon een kartshop en verwierf het importeurschap van kartframes van een Italiaans merk. Ook werd met karts van het Italiaanse merk deelgenomen aan kartwedstrijden. In de wedstrijdkarts re-den de twee zonen van de directeur-grootaandeelhouder van het straalbedrijf. De wed-strijdkarts waren voorzien van de naam van het straalbedrijf.

In 1999 werd een boekenonderzoek ingesteld waarbij de kosten van de kartactiviteiten vanaf 1997 als kosten van een onderneming in ontwikkeling in aftrek werd toegelaten. Bij een boekenonderzoek vier jaar later werd vastgesteld dat vanaf 2000 in de kartshop geen verkopen meer plaatsvonden en het importeurschap was geëindigd. De race-activiteiten waren nog tot 2003 voortgezet. De kosten daarvan waren als reclamekosten voor het straalbedrijf ten laste van de winst gebracht. De aftrek van de kosten van de kartactiviteiten werd daarom achteraf niet geaccepteerd.

Het Hof accepteerde de aftrek van de kosten tot 2000. Daarna waren het volgens het Hof uitgaven ter bevrediging van de persoonlijke behoeften van de directeur-grootaandeelhouder van het straalbedrijf. Het Hof wees daarvoor op de affiniteit die de directeur-grootaandeelhouder en zijn zoons met de racesport hadden.

Deze zaak maakt weer eens duidelijk dat een directeur-grootaandeelhouder en zijn adviseur alert moeten zijn en blijven op de zakelijkheid van kosten die ten laste van de winst van de bv worden geboekt. Ook kosten die aanvankelijk zakelijk zijn, kunnen dat karakter verliezen.