Gebruiker:
Wachtwoord:
Log in

Maart 2011 - Sparen met een lening van de BV

Dr. J.H.M. Arts

De Hoge Raad heeft op 25 februari 2011 een opmerkelijk arrest gewezen. Het ging om een directeur-grootaandeelhouder die geld had geleend van zijn BV en dit vervolgens op een drietal internetspaarrekeningen zette. De directeur-grootaandeelhouder betaalde aan de BV een rente van 2,5% en ontving op de internetspaarrekeningen gemiddeld een rente van 3,6%.

Rentevoordeel belast?
De vraag was of het rentevoordeel van 1,1% bij de directeur-grootaandeelhouder belastbaar was als resultaat uit overige werkzaamheden (inkomen box 1). Dit zou het geval zijn als zich tenminste één van de twee volgende situaties voordeed:
1 het opnemen van de lening en het uitzetten van het geleende bedrag op een inter-netspaarrekening is een activiteit die naar aard en omvang normaal actief vermogensbeheer te buiten gaat of
2 de directeur-grootaandeelhouder beschikt over bijzondere kennis die in belangrijke mate heeft bijgedragen aan het behalen van het voordeel.
De Hoge Raad besliste, in tegenstelling tot het Hof, dat het rentevoordeel voor de directeur-grootaandeelhouder geen belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden opleverde.

Vaststond dat de rente die de directeur-grootaandeelhouder aan de BV moest betalen, zakelijk was. Die rente was gebaseerd op de rentevergoeding die de BV had kunnen krijgen op een maanddeposito of een zakelijke rendementsrekening bij de Rabobank.

Het Hof overwoog dat de directeur-grootaandeelhouder het voordeel kon behalen door zijn bijzondere positie als directeur en enige aandeelhouder van de BV. Op het moment dat hij de lening bij de BV opnam, was het voordeel verder voorzienbaar omdat hij wist dat hij het geleende bedrag tegen een hogere rente kon uitzetten op een internetspaarrekening. Naar het oordeel van het Hof was er daarom sprake van een buitenkans die volgens de in de rechtspraak gestelde voorwaarden belastbaar is als resultaat uit overige werkzaamheden.

De Hoge Raad stelde vast dat het opnemen van een lening en het uitzetten van het geleende bedrag op een internetspaarrekening geen activiteit is die naar aard en omvang normaal actief vermogensbeheer te buiten gaat. Het plaatsen van geld op een spaarrekening blijft binnen de grenzen van normaal actief vermogensbeheer. Dat wordt niet anders als het geld is geleend, zelfs niet als het is geleend van een BV waarvan de houder van de spaarrekening directeur en enig aandeelhouder is.

Ook van bijzondere kennis is volgens de Hoge Raad in een geval als dit geen sprake. De directeur-grootaandeelhouder heeft slechts geprofiteerd van een verschil in rentetarieven. De informatie over die rentetarieven is voor iedereen beschikbaar. De directeur-grootaandeelhouder heeft daarom het voordeel niet als gevolg van bijzondere kennis behaald.

De praktijk
Het arrest opent de mogelijkheid om bij de eigen BV geld te lenen en dit tegen een hogere rente op een spaarrekening of deposito te zetten. Voorzichtigheid blijft echter geboden. Een hoge rente op een (internet)spaarrekening kan te maken hebben met de solvabiliteit van de bank. Als de bank failliet gaat, zal de directeur-grootaandeelhouder het geleende bedrag, met de overeengekomen rente, moeten terugbetalen aan de BV. Dat ook geld op een spaar-rekening kan verdwijnen, weten we maar al te goed sinds het debacle van Ice¬save.

Zakelijkheid
Verder is van groot belang dat de rente die aan de BV wordt betaald, zakelijk is. Dit was in het arrest niet in geschil. De rente die de directeur-grootaandeelhouder aan zijn BV betaalt, moet overeenkomen met de rente die de BV had kunnen ontvangen als zij het geld aan een willekeurige derde had geleend. Zou de directeur-grootaandeelhouder aan de BV minder dan een zakelijke rente moeten betalen, dan is het verschil met een zakelijke rente een uitdeling van winst aan de directeur-grootaandeelhouder. De gemiste rente is dan bij de BV belast als winst en bij de directeur-grootaandeelhouder als inkomen in box 2 (regulier voordeel uit aanmerkelijk belang).

Het arrest van de Hoge Raad roept nog de vraag op waarom de BV zich geen winst heeft laten ontgaan door de directeur-grootaandeelhouder in staat te stellen het rentevoordeel te behalen. De BV had het geld toch ook zelf op de internetspaarrekeningen kunnen zetten?
Die vraag is niet beantwoord omdat de inspecteur haar in de procedure niet heeft gesteld. Daarmee blijft de mogelijkheid bestaan dat een inspecteur alsnog in een vergelijkbaar geval die stelling met succes inneemt.