Februari 2011 - Nogmaals de gebruikelijk loonregeling
Mr. Ing. R.N. Huijzer
In het meinummer besteedden wij aandacht aan de gebruikelijk loonregeling, met name aan de zogenaamde afroommethode om het gebruikelijke loon vast te stellen. Samengevat komt de gebruikelijk loonregeling erop neer, dat het salaris van een werknemer met een aanmerkelijk belang in zijn werkgever tenminste € 41.000 per jaar moet bedragen en niet meer dan 30% lager mag zijn dan het salaris dat werknemers zonder aanmerkelijk belang verdienen in soortgelijke dienstbetrekkingen.
Wanneer de opbrengsten van de BV voor 90% of meer zijn toe te rekenen aan de arbeid van de directeur-grootaandeelhouder kan het gebruikelijke loon berekend worden met behulp van de afroommethode. De opbrengsten van de BV worden daartoe verminderd met alle kosten, lasten en afschrijvingen, behalve het salaris van deze DGA. Van de overblijvende marge geldt 70% als het te betalen salaris. De bijtelling voor de auto vormt geen onderdeel van deze 70%.
Praktijksituatie
Hoewel de afroommethode volgens rechtspraak kan worden toegepast op de zogenaamde praktijk-BV blijkt de fiscus deze methode ook in andere gevallen toe te willen passen, met name bij vennootschappen met hoge omzetten. Deze discussie over de wijze van vaststellen van het gebruikelijke loon speelde ook in de volgende situatie. Een voormalig directeur in loondienst zette een project van zijn werkgever voort voor rekening van zijn nieuw opgerichte BV. Voor de werkzaamheden van de BV was een dagtarief afgesproken. Het aantal dagen per week dat aan het project besteed zou worden en de duur van het project lagen niet vast. De opdrachtgever kon namelijk op ieder moment besluiten dat het project niet door zou gaan. Daarmee was ook de omzet die de BV met dat project kon behalen op voorhand onzeker.
Op basis van een voorzichtige calculatie betaalde de BV de DGA een salaris van € 80.000. Dat was minder dan het voorheen in loondienst toegekende salaris van € 130.000. Daarvan uitgaande zou een gebruikelijk salaris uitkomen op € 91.000.
Het project liep gedurende een deel van het eerste jaar van het bestaan van de BV. Na de beëindiging van het project richtte de BV zich op andere activiteiten waarmee zij een jaarlijkse managementfee van € 120.000 behaalde. Het salaris van de DGA bleef € 80.000.
De fiscus wilde de afroommethode toepassen en baseerde deze aanvankelijk op de omzet van de BV in jaar 1. De in die periode gerealiseerde omzet zou dan ook aanleiding vormen voor vaststelling van een beduidend hoger salaris dan het feitelijk betaalde bedrag. De omzet in dat jaar was echter incidenteel.
De DGA voerde aan dat de afroommethode toegepast zou moeten worden op een structureel bedrag aan omzet, niet op incidenteel hogere bedragen. In zijn ogen zou het bedrag aan managementfee dat de BV vanaf jaar 2 genoot kunnen dienen als uitgangspunt. Rekening houdend met de kosten van de BV (zoals pensioenlasten, auto, telefoon, verzekeringen, administratie, etc.), zou het feitelijk betaalde salaris dan eerder aan de hoge kant zijn. Er bestond dan geen aanleiding voor een correctie.
De structurele activiteiten van de BV weken af van de eerder in loondienst verrichte activiteiten. Dat was een argument om niet het eerder verdiende salaris als uitgangspunt te nemen voor een gebruikelijk loon, ook al kwam 70% van het eerder verdiende salaris hoger uit dan het feitelijk door de BV betaalde salaris.
De fiscus bleek bereid “water bij de wijn” te doen zodat de afroommethode gebaseerd zou worden op een gemiddelde omzet. Ook dan zou de invloed van de omzet van jaar 1 tot een correctie van het salaris leiden. De discussie is nog niet afgerond.
Moraal
Om discussie achteraf te voorkomen is het raadzaam om met de belastingdienst afspraken te maken over het bedrag dat als salaris wordt betaald. De vraag is overigens waarom de fiscus in dit soort zaken zo graag wil corrigeren. Over haar winst betaalt de BV tenminste 20% vennootschapsbelasting. Op de winst na belasting van de BV rust een inkomstenbelastingclaim van 25%, die tot uitdrukking komt bij uitkering van de winst als dividend of bij verkoop van de aandelen. Wanneer de BV een redelijk salaris betaalt is er weinig reden voor de belastingdienst om de gebruikelijk loonregeling toe te passen.

