Gebruiker:
Wachtwoord:
Log in

December 2010 - Eindejaarstips

Eindejaarstips

Ook dit jaar ontbreken de traditionele eindejaarstips niet. Meer tips kunt op het gebruikersgedeelte van deze site.

Wijziging peildatum box 3
Tot en met 2010 gelden twee peildata voor box 3-inkomsten: 1 januari en 31 december. Met ingang van 2011 verandert dit. Vanaf dat moment wordt het box 3-vermogen slechts op één peildatum gemeten en wel op 1 januari. Het is daarom fiscaal dubbel voordelig om uw vermogen in box 3 op 31 december 2010 en dus ook op 1 januari 2011 zo klein mogelijk te houden. Het loont daarom indien u grote privé-aankopen, zoals de aanschaf van een auto of boot, of een nieuwe inrichting van de woning, nog dit jaar betaalt.

Deze bezittingen vormen geen box 3-vermogen, maar met uw gedaalde banksaldo vermindert ook de te belasten rendementsgrondslag op 31 december 2010 én op 1 januari 2011. Door de wetswijziging telt het gedaalde vermogen in 2011 voor een heel jaar mee!

Rendement verlagen door tijdige aanslag dividenduitkering

Een fraaie manier waarop u als DGA uw rendementsgrondslag kunt verlagen is het tijdig aanvragen én betalen van een voorlopige aanslag voor een dividenduitkering. Als uw vennootschap dividend uitkeert aan u, zal de BV hierop 15% dividendbelasting inhouden. In de inkomstenbelasting bent u echter 25% belasting verschuldigd over deze dividenduitkering (tarief box 2). Dat betekent dat u zelf nog 10% inkomstenbelasting moet bijbetalen over het uitgekeerde dividend. Om te voorkomen dat er heffingsrente in rekening wordt gebracht over deze bijbetaling, is het voordelig tijdig een voorlopige aanslag inkomstenbelasting te laten opleggen voor het tariefsverschil van 10%.

Geruisloos overdragen tbs-pand

Bezit u als DGA een privépand dat u verhuurt aan uw eigen vennootschap, dan valt het pand in box 1. In 2010 kan dit ter beschikking gestelde pand eenmalig en onder voorwaarden fiscaal geruisloos worden ingebracht in uw BV. De inkomstenbelasting over de gerealiseerde boekwinst en de overdrachtsbelasting zijn eenmalig vrijgesteld. Als u van deze faciliteit gebruik wilt maken, moet vóór het einde van 2010 alles geregeld zijn. U kunt de vrijstelling voor de overdrachtsbelasting ook benutten indien u voor de inkomstenbelasting niet zou kiezen voor een geruisloze inbreng, bijvoorbeeld als de waarde van het pand na de start van de terbeschikkingstelling is gedaald.

Fiscaal partnerschap

Let op wijzigingen in het fiscaal partnerschap. Per 2011 ondergaan de voorwaarden voor fiscaal partnerschap voor samenwoners een flinke wijziging, we hebben u daarover al eerder bericht. Het is daarom belangrijk dat u nagaat of deze wijzigingen wellicht fiscale consequenties hebben voor u. Overigens blijven gehuwden en geregistreerde partners in 2011 fiscale partners van elkaar, of zij nu samenwonen of niet.

Middeling


Als de hoogte van uw belastbare inkomen over drie opeenvolgende jaren sterk is gewisseld, komt u misschien in aanmerking voor een middelingteruggave. Uw inkomen van drie jaren wordt dan in gelijke delen over deze periode verdeeld; dat kan een tariefsvoordeel opleveren. Voorwaarde voor middeling is onder meer dat alle aanslagen over de drie jaren die in het middelingverzoek zijn begrepen, definitief zijn opgelegd en onherroepelijk zijn geworden.
 

Schenkingen

Natuurlijk ontbreken schenkingen niet in onze eindejaarstips. Een schenking geeft blije gezichten en heeft fiscale pluspunten. Zo kan het doen van jaarlijkse schenkingen uw erfgenamen een aanzienlijke besparing van erf- en/of schenkbelasting opleveren. Een schenking verlaagt immers uw vermogen zodat bij uw overlijden te zijner tijd minder erfbelasting verschuldigd zal zijn. Door het progressieve tarief en de mogelijkheid om jaarlijks de schenkingsvrijstellingen te benutten, is een stapsgewijze vermindering van uw vermogen via jaarlijkse schenkingen voordeliger. U kunt aan de schenking een uitsluitingsclausule verbinden. Het geschonken bedrag blijft dan privévermogen van uw eigen kind en vloeit niet weg naar de ‘aangetrouwde kant’.

Vrijstellingen
Ouders mogen jaarlijks aan elk kind een schenking doen zonder dat het kind daarover schenkbelasting verschuldigd is. In 2010 bedraagt deze algemene vrijstelling voor een ouderpaar maximaal € 5.000 per kind. Aan kinderen van 18 tot en met 34 jaar mag u eenmalig een bedrag van € 24.000 belastingvrij schenken. Deze eenmalig verhoogde vrijstelling kan ook benut worden als het eigen kind buiten de leeftijdscategorie valt, maar uw schoonzoon/schoondochter nog niet.

Wordt er meer geschonken dan het vrijgestelde bedrag, dan is het kind over het meerdere schenkbelasting verschuldigd. Over dit meerdere tot € 118.000 bedraagt de schenkbelasting voor kinderen 10%, daarboven is 20% verschuldigd.

Aan overige personen (kleinkinderen of derden) kunt u in 2010 onbelast een bedrag van maximaal € 2.000 schenken.

Bijkomend voordeel voor de schenker om in 2010 schenkingen te doen, is dat hij de box 3-heffing bespaart. Wel stijgt het box 3-vermogen van de ontvanger zodat deze mogelijkerwijs meer inkomstenbelasting is verschuldigd.

Vanaf dit jaar geldt een eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling van maximaal € 50.000 van ouders aan een kind van 18 tot en met 34 jaar, indien het kind deze schenking gebruikt voor de aankoop van een eigen woning of voor een studie. Bovendien moet van deze schenking een notariële akte worden opgemaakt. Als vóór 1 januari 2010 al een beroep is gedaan op de toenmalige eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling, dan bedraagt de maximale vrijstelling slechts € 26.000. Ook dan geldt dat deze benut moet worden voor de aankoop van een eigen woning of een dure studie.

De ‘nieuwe’ vrijstelling van € 50.000 voor kinderen in de schenkbelasting geldt ook voor schenkingen die gebruikt worden voor de kosten voor verbetering of onderhoud van een eigen woning, voor afkoop van een recht van erfpacht, opstal, of beklemming, of voor een aflossing van de eigenwoningschuld.

Bij een schenking in 2010 boven de algemene vrijstellingen moet vóór 1 maart 2011 aangifte schenkbelasting worden gedaan. Ook een schenking binnen de eenmalig verhoogde vrijstelling van € 24.000 of € 50.000 moet worden aangegeven, waarbij wordt gemeld dat deze vrijstelling wordt benut.